april 2020 (slot)

Het blijft bijzonder om waar te nemen hoe allerlei organisaties wedijveren om goed te doen en om de beste te zijn; zo lijkt het wel. Ook de kerkelijke gemeenschappen laten zich op alle niveaus, landelijk, regionaal en plaatselijk, gelukkig niet onbetuigd. Een ramp is bij uitstek een gebeurtenis waarbij de diaconale kant van de kerken naar voren kan komen. Met heel veel plezier zie ik dan ook hoe jong en oud in de weer zijn om het de ánder naar de zin te maken in deze onzinnige en bizarre tijd. Men steunt massaal bekenden en niet minder ook onbekenden.
Dat is tegelijk het tweede wat opvalt: ik heb met mensen in de straat gesproken die ik nog nooit had gesproken. Kinderen komen vragen of die oude meneer met dat grijze haar nog hulp nodig heeft. Nog niet. Maar ik kan u verzekeren dat ik met heel wat meer plezier naar mijn emeritaat en oude dag uitkijk in deze straat na deze ervaring. Het is ook een beetje het beeld dat ik overal hoor: naastenliefde. Naast opruim-, schoonmaak- en kluswoede, en naast veel meer wandelende en fietsende mensen, maak ik vooral liefdadigheid mee. Sterker: ik ben er zelf een onderdeel van geworden. Want ondanks het feit dat ik zelf vele mensen bel om afscheid te nemen, helaas het gaat niet anders, vraag ik ook altijd of men het kan redden. Welnu, ik ben diep onder de indruk van burenhulp en naastenliefde. We leven wat dat betreft in gouden tijden. De gepensioneerden gaan een geweldige toekomst tegemoet. Ik kan bijna niet wachten: ‘De glorie van de ouden is de grijsheid!’ (Spreuken 20: 29). Het ga u allen wél, zéér wél!
ds. Piet Vellekoop

maart 2020


Pasen beleef ik als bij uitstek het feest van de kerk. Op Goede Vrijdag leek alles volkomen hopeloos. Was alles wat Jezus over God had verteld hiermee ook afgelopen? Laat God het zomaar gebeuren dat een mens die zó door Hem bezield is, op een gruwelijke wijze sterft? Betekent God wel wat in ons bestaan, of wordt hij teniet gedaan door allerlei ervaringen van onrecht, ziekte, angst, teleurstelling, etc.

Blijf niet staren op wat vroeger was.
Sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen –
het is al begonnen, merk je het niet?

Huub Oosterhuis schreef bovenstaande regels, in ons Nieuwe Liedboek opgenomen als nummer 809, n.a.v. Jesaja 49: 18-19. Daarin belooft God aan Israël de terugkeer uit de ballingschap: de nakomelingen zullen in groten getale het land weer bewonen. Maar de ervaring is het tegenovergestelde: het land ligt in puin, de steden zijn verwoest, de akkers vernield. Gods woord klinkt in een uitzichtloze situatie. Dat woord is niet alleen een belofte voor straks, maar ook al realiteit nu. Hetzelfde geldt voor Pasen. Het is een werkelijkheid in onze wereld. Iets wat komt èn iets wat er al is. Hoewel onze ervaring van het dagelijks leven kan bestaan uit duisternis, gevangen zijn, onmacht, etc., is er òòk licht, bevrijding, kracht en inzicht. Er is dus een werkelijkheid die verder reikt, die dieper gaat, die sterker is, die meer wáár is dan de dood. Het gaat erom of wij vanuit die werkelijkheid durven leven. Je niet fixeren op het kruis, het kwade wat jou is aangedaan of overkomen, op de woede, teleurstelling, het verdriet wat daarbij hoort, maar het nieuwe begin een kans geven. Opstaan uit angst, machteloosheid, verdriet en ontdekken dat er kracht door je heen stroomt, dat je op je benen kunt staan, dat je kunt lopen. ‘Sta op en wandel!’ Durven we dát? Willen we dát?



februari 2020

‘Nog even dan hebt u álle tijd!’ Nog nooit heb ik zo vaak nagedacht over tijd als tegenwoordig. Dan is wat het vaste werk betreft, om het met het grafschrift van J.C. Bloem te zeggen: “Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij…”

Over de beleving van tijd is nogal geschreven in de Bijbel. Prediker 3 vertelt ons dat alles zijn tijd heeft en Psalm 31 dicht dat onze tijden in de hand van God zijn.

Maar wat opvallend is dat het in het Evangelie geen rol schijnt te spelen. Zo lees ik nergens dat Jezus haast had. Dat is toch een veelzeggende gedachte. Hij heeft zich nooit laten opjagen door de klok of door mensen. Zelfs niet toen Hij hoorde dat zijn goede vriend Lazarus was gestorven.

Het is bijzonder dat Hij, ondanks dat Hij nooit haast heeft gekend, eindeloos veel heeft gedaan in korte tijd. Elke bladzijde van het Evangelie staat vol activiteiten van Jezus. Volgens mij kan dat alleen maar vertaald worden was: Hij was meer een mens van de Liefde dan een man van de tijd.
Dikwijls denk ik dat een dergelijke geloofshouding bijzonder helpend en helend kan zijn in onze drukke wereld. Natuurlijk moet er gewerkt worden en soms ook hard. Maar zou al dat werk niet wat beter gaan wanneer je het meer doet vanuit de Liefde die je in het Evangelie kunt vinden? Dat het op die manier veel vruchtbaarder is dan dat je jaagt op bepaalde ervaringen die je in de tijd kunt hebben? Toch maar eens proberen. Nog even, dan heb ik daar toch alle tijd voor.
ds. Piet Vellekoop

januari 2020

Blij was ik met de volle vieringen in de Kerstnacht in Tienhoven en op de Kerstmorgen in Maarssen. In tegenstelling tot andere vieringen is het plotseling heel erg druk in de kerk. Heerlijk!
Tegelijk flitst het door mij heen hoe al die mensen, toch ergens op zoek naar iets, op een goede manier (weer) geënt kunnen worden op deze unieke bron van de Kerstnacht. Wat zijn het voor momenten dat je terug verlangt naar je bron?
Vaak is dat wanneer er iets te vieren valt of iets te verliezen is. Met name bij dat laatste word je bijna gedwongen om te zoeken naar een basis waarop je kunt staan. Of hoe je een stap kunt zetten in de goede richting. Of zoeken naar een bron die het leven weer zin en inhoudt geeft. Soms graaft het niet zo diep bij feestvreugde; als in de Kerstnacht. Maar wanneer er iets verloren is zoeken mensen soms weer naar een (nieuw) ijkpunt.
Het is vaak afhankelijk van de persoonlijkheid waar die bron wordt gevonden. Er zijn meerdere bronnen. Misschien is hij in jezelf te vinden. In je eigen wil om door te gaan, om door te leven. Je wilt je leven niet zomaar verloren laten gaan, tussen je vingers door laten glippen. Soms wordt de bron gevonden bij anderen die een eindje meelopen. Iemand die krachten en mogelijkheden in je wakker roept, die je nog niet had ontdekt.
Tijdens het Kerstfeest heb ik vaak gedacht dat de mensen de bron wellicht toch weer bij de God van de Kerstnacht zoeken: het Christuskind. Het verhaal van een God die mensen niet verlaat, ook al heeft het er soms alle schijn van. Misschien kan zowel de geboorte van Christus in zoiets laags als een stal, maar niet minder ook de aan-/afwezigheid van zijn Vader bij zijn lijden en sterven daarbij een ‘eye-opener’ zijn. Maar je moet, geholpen door wie of wat dan ook, het allemaal wel zelf willen. En dat kan dan na de Kerstnacht of Kerstmorgen soms een taai en moeizaam proces zijn. Terug naar de bron en drinken, om van daaruit weer op weg te gaan. Zelfs als die bron een stal is.

ds. Piet Vellekoop

december 2019

 

Misschien ben ik ook zelf wel gevoeliger geworden voor het onderwerp, maar voor mijn gevoel is er nog nooit zoveel over eenzaamheid gesproken en gepubliceerd als het afgelopen jaar. Zelf geloof ik dat gevoelens van eenzaamheid onlosmakelijk bij het leven horen. Toch zullen mensen niet snel over hun eenzaamheid spreken. Ook al lukt dat beter dan veertig jaar geleden, toen ik als leerviciaris mijn eerste stappen op het pad van het ambt zette. Maar toch is het voor velen nog een taboe. Met name ook voor jongeren; als ik de literatuur mag geloven. Daar zit toch iets wonderlijks in. Mensen hebben tegenwoordig veel contacten via de sociale media en toch geeft maar liefst een miljoen mensen aan in Nederland zich soms of structureel eenzaam te voelen.
Maar wat ìs eenzaamheid? Het antwoord zal divers zijn. Maar in de kern is het denk ik een negatieve situatie gekenmerkt door gemis en teleurstelling. Het is een persoonlijke ervaring en waardering van je eigen situatie. Volgens mij zit het hem vooral in de kwaliteit van de relaties die we hebben. Mensen met heel veel contacten kunnen zich daarom eenzaam voelen. Soms vraag ik mensen weleens naar hun welbevinden. Soms krijg je dan heel verrassende antwoorden.
Een niet meer zo gezonde mevrouw antwoordde verrassend op mijn vraag hoe het met haar ging: ‘Niet mijn gezondheid is het belangrijkste (dat zegt bijna iedereen), maar mijn goede relaties met mensen tellen het meeste! Samen het verdriet delen is één van de rijkste ervaringen die ik mag meemaken.’
Misschien ligt de zin van het leven wel in het delen van de diepste gevoelens met anderen. Maar dat vraagt dan wel een openheid als van, de door zowel God als mensen niet begrepen, Job. Trouwens, ook Maria, de moeder van Jezus kende momenten van grote eenzaamheid.

ds. Piet Vellekoop

november 2019

Weekendje Texel

In de herfstvakantie wandelen we een weekend op Texel. Aan het einde van de dag komen we aan in De Koog. In de winkelstraat heeft een winkelier enthousiast een bord geplaatst: ‘Over 60 dagen is het Kerstfeest.’ Als een soort beroepsdeformatie begin ik te rekenen: acht-en-een-halve-week! Gelukkig is het zo gezellig dat ik het bord weer snel ben vergeten. Na een dag wandelen genieten we van een uitstekende maaltijd en vallen vervolgens als een blok in slaap.

Vroeg in de morgen staan we op. Er wacht nog een lange dag! Na een stevig ontbijt wandelen we door de winkelstraat om de route weer op te pakken. Het eerste bord wat ik tegen kom is: ‘Over 59 dagen is het Kerstfeest.’ Het is duidelijk te zien hoe de winkelier het 60 heeft vervangen door 59. Ik moet glimlachen want mij krijgt hij niet meer aan het rekenen. We wandelen verder over het eiland en genieten van alles wat het te bieden heeft.

Op de boot naar Den Helder sla ik een krant open die op een van de tafeltjes ligt. Een advertentie schreeuwt mij toe dat ik toch vooral mijn kerstpakketten op tijd moet bestellen. Over twee maanden is het immers al Kerstfeest. De VVV vertelt verder dat Texel al voor meer dan driekwart is volgeboekt. Ik sla mijn krant dicht en kijk naar de ondergaande zon boven de Noordzee. Ik vraag me af waardoor we nu werkelijk gelukkig worden. Wat is de achtergrond van dit verlangen naar het Kerstfeest? Wie het weet mag het zeggen. Misschien is een gesprek hierover wel meer zinvol dan een preek. Dan kan het kerstdiner in ieder geval zijn nut nog bewijzen. Want de religie lijkt zichzelf te hebben uitgehold door net zo hard mee te doen. U hebt bij het verschijnen van dit nummer overigens nog 40 dagen. Dus haast u! Maar voor Texel bent u te laat. Daar zitten de hotels inmiddels allemaal vol.
ds. Piet Vellekoop

oktober 2019


Tijdens het laatste pastoraal beraad vertelde Linda Marks een prachtig verhaal over ‘Gelukkig zijn’, wat ik graag doorgeef:
Een jongen van negen jaar vraagt aan zijn vader; ‘Wat moet ik doen om gelukkig te zijn?’ Zijn vader zegt: ‘Kom, pak je rugzak en de ezel. We gaan vier dagen op reis.’
Op dag één zit de zoon met zijn rugzak op de ezel. De vader loopt naast hen met zijn eigen rugzak op zijn rug. De mensen die hen voorbij zien komen zeggen tegen elkaar: ‘Wat heeft die zoon een gebrek aan respect voor zijn vader. Zo klein is hij niet meer en hij gaat op de ezel zitten, terwijl zijn vader de jongste niet meer is; belachelijk.’
Op dag twee zit de vader met rugzak op de ezel en de zoon loopt er rustig naast. Wederom wordt over hen gesproken. ‘Wat een ontaardde vader, hij vindt zijn comfort en gerief belangrijker dan dat van zijn zoon. Bovendien is de vader nog niet zo oud en het zoontje is nog maar een klein ventje.’
Op dag drie gaan zowel de vader als de zoon met bepakking op de ezel zitten. ‘Wat een egoïsten en dierenbeulen! Hoe kunnen ze dat doen.’
Op dag vier lopen zowel de vader als de zoon naast de ezel. En weer praten de mensen over hen: ‘Die twee snappen de essentie van een ezel niet. Wat een stelletje idioten dat ze geen gebruik maken van de ezel.’
Bij thuiskomst vraagt de vader aan zijn zoon: ‘Heb je een antwoord op je vraag gekregen?’ De zoon knikt.

ds. Piet Vellekoop



september 2019

Plotseling komen mensen soms met dezelfde soort vragen. Het lijkt dan alsof ‘er iets in de lucht hangt’. Soms heeft het ook te maken met programma’s op de televisie of een plotseling veel voorkomend onderwerp in de kranten of op de radio. Wonderlijk is het dan ook soms hoe je tegen een antwoord aan kunt lopen… Juist door te lopen…

Op de eerste bladzijden van Selma Lagerlöfs ‘Jeruzalem’ loopt een jonge Zweedse boer ploegend over de voorvaderlijke akkers. Hij zit vol zorgen en weet niet welke beslissing hij moet nemen. Dan komt hij al mijmerend in gesprek met zijn gestorven vader. Telkens onderbreekt de schrijfster zijn gedachtenstroom met korte zinnen: maar vader zegt geen woord, vader antwoordt niet, vader zit er nog altijd zwijgend bij, vader is geheel stil, vader is niet tot spreken te bewegen. Toch komt er gaandeweg een wending in het spreken van de zoon. Al zoekend en vragend wordt zijn situatie verhelderd en weet hij tenslotte zeker welke beslissing hij moet nemen. Dan concludeert hij: het is toch merkwaardig, dat als je iemand om raad vraagt en je probleem onder woorden gaat brengen, je voor jezelf soms al het begin van een oplossing ziet.

Het is een mooi en bijzonder verhaal. Soms vermoed ik dat het met gebedsverhoring, daar gingen de vragen over waarmee ik begon, ook zo is gesteld. God nodigt niet voor niets uit tot volharding in de gebeden. Het is goed om concrete zorgen te noemen, zodat men zichzelf erin herkent. Geen ding mag en moet verzwegen worden. Zo wint het bidden, mediteren, mijmeren etc…. aan diepte. Zo kan het uitspreken het begin van de verhoring worden. Niet in de betekenis van een oplossing. Maar wel in die zin dat er een mogelijke weg gevonden wordt om te gaan. Ploegen is zo gek nog niet. Lopen trouwens ook niet…

ds. Piet Vellekoop

juli 2019

‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

Het zijn woorden van de dichter Jules Deelder, die op één van de mooiste vakantiekaarten staan die ik ooit heb ontvangen. De kaart toont een balkon, tienhoog op een flat in Leiden. Op het balkon: een ligstoel, de krant, een stapel boeken, koffie, een gebakje, een kleine radio, een vaas bloemen en nog wat ‘rommel’. Op de achterkant: ‘Een hartelijke vakantiegroet vanuit Playa del Casa!’ (thuisstrand)

Het is duidelijk: deze vakantieganger is thuis gebleven. Waarom zou een mens ook niet? Thuis heeft hij immers alles bij de hand. Het is dan ook voornamelijk mijn nieuwsgierigheid die mij af en toe de zonde van het vliegen doet begaan.

Maar als ik echt wil bijtanken ben ik thuis het beste af. Het beste bed en het beste bad, de beste douche en de beste ligbank. Daarbij: tegen mijn eigen fiets kan geen huurfiets ter wereld op! Wat ik ondanks al mijn reizen heb ingezien, met name ook mijn ingrijpende pelgrimsreizen naar Santiago en Rome, is dat afstand nemen van het dagelijks werk, echt niet alleen bereikt kan worden door de fysieke afstand. Ook al vergemakkelijkt het wel dat proces.

Nadeel van niet op vakantie gaan is, dat je een heel waardevol en essentieel onderdeel mist: het weer thuiskomen. Persoonlijk vind ik een groot voordeel van reizen dat het je kritisch maakt en je blik scherpt. Ook al kan ik een diep gevoel van dankbaarheid vaak niet onderdrukken wanneer ik weer thuis arriveer. Boven alles vertelt een thuiskomst hoe verrukkelijk thuis is en hoe goed ik het hier heb.

Ik zal niet zingen: ‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn’ (Psalm 126). Maar wel weet ik dat ik, als ik weer op mijn eigen bed lig en mijn ogen sluit, onmiddellijk weer op reis ben, want: ‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

ds. Piet Vellekoop

Juni 2019

Waar het met het pensioenakkoord precies over gaat weet ik niet. Wel hoor ik wat er omheen allemaal voor discussies plaatsvinden. In de ondertonen ervaar ik een enorme rancune. Daarbij hoor ik niets anders dan: Wij eisen… Wij moeten… Wij zullen… Wij hebben recht op…
Toch vraag ik mij af of er onderhuids niet veel meer aan de hand is. Wellicht zelfs iets heel anders. Volgens mij is hier hetzelfde verzet aan de hand als we ook zien bij iets als de uitslag van de laatste twee verkiezingen: een aardverschuiving wat de uitslag betreft. Bij alle analyses die ik heb gehoord mis ik nog steeds één woord: rancune. Iets wat onderhuids misschien wel de hoofdrol speelt. Omdat we collectief bang zijn dat we tekort komen of gaan komen. We gaan nog niet, zoals in Frankrijk de gele hesjes, massaal de straat op. Maar de volgende fase zal het zeker zijn. Want wij eisen… Wij moeten… Wij zullen… Wij hebben recht op…
Het is mogelijk om een eindeloze rij voorbeelden te noemen die allemaal eindigen met het laatste genoemde rancuneuze zinnetje: Wij eisen… Wij moeten… Wij zullen… Wij hebben recht op…
Door deze rancune laten wij het collectief toe dat op alle vlakken van de samenleving de rechten voorop gaan. Volgens mij echter moet het gesprek vanuit een volledig andere hoek gevoerd worden: zorg en zingeving. Persoonlijk geloof ik dat het gebrek aan “zorg”, geestelijk en lichamelijk, ons het meeste van alles opbreekt. Het gebrek aan zingeving holt mensen uit tot op de diepste eenzaamheid. Door het gebrek aan beiden raken we steeds verder verwijderd van datgene waar we allen naar hunkeren: werkelijke betrokkenheid en zingeving kunnen daarbij helpen. Want achter één ding ben ik wel gekomen: geld maakt je niet gelukkig. Maar zorg en zingeving wel. Moet het dáár dan ook niet over gaan?
ds. Piet Vellekoop