Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen begon Hij te huilen over het lot van de stad (Lukas 19,41)
Als iemand huilt, maakt dat vaak indruk. (Vreemd genoeg: vooral
als een man huilt.) Recent gingen de beelden de wereld over van de
tranen van scheidend voorzitter Christoph Heusgen aan het einde
van de veiligheidsconferentie in München. (En daarna werd er druk
getwitterd over de werkelijke reden van zijn tranen.) Het maakt in-
druk als zo iemand, een volwassen man, een leider, tranen laat zien.
In Lukas 19 zien wij ook een volwassen man van rond de 33 jaar, een
krachtige leider, huilen: Jezus, de Man van smarten. En in Jezus zien
wij God Zelf huilen. En dat maakt je helemaal stil…
De tranen van Jezus kwamen eigenlijk op een heel apart moment,
want er heerste op dat moment juist een juichstemming rondom
Jezus. Jezus werd door zingende en juichende mensen begeleid
richting Jeruzalem. Maar in de bocht bij de Olijfberg, op het punt
waar de massa mensen mogelijk nog harder begon te juichen omdat
de stad Jeruzalem opeens voor je opdoemt, begint Jezus te huilen.
Ontluisterend! De Koning huilt, terwijl de menigte om Hem heen
zingt en klapt en danst… Wat is er aan de hand? Jezus huilt vanwege
Jeruzalem.
Jezus huilt niet, omdat Hij denkt aan alles wat Hij in de komende
tijd zal moeten ondergaan. Jezus huilt bij de aanblik van Jeruzalem.
Want terwijl zijn leerlingen en nog een heel aantal andere volgelin-
gen Jezus bezingen en een loper van mantels voor Hem uitrollen,
blijft het in Jeruzalem stil. Geen zingende menigte mensen die de
stad uitloopt om de aanstaande Koning binnen te halen. Geen warm
welkom. Nee, over een paar dagen zal men Jezus te stad uitjagen met
een kruis op Zijn rug. Dán zullen de Jeruzalemmers wel zingen en la-
chen en juichen. Omdat ze deze ‘fake-koning’ zullen gaan verhogen
aan een kruis. Jezus huilt, omdat Jeruzalem het niet begrijpt. Jezus
roept door zijn tranen heen: ‘Jeruzalem, had jij maar begrepen wat
Ik kwam doen…, maar je ziet het niet… en het zal aan jou voorbij-
gaan… (vers 42)’
Jezus had zo graag de inwoners van Jeruzalem in Zijn vrede willen
laten delen, maar Hij kreeg de kans niet en Hij moest daarom de
stad aan zichzelf overgeven. Van het niet-willen van de inwoners van
Jeruzalem…, van het maar blijven-uitstellen…, van het laten-lig-
gen…, werd het uiteindelijk tot een niet-kunnen. Men kon het op het
laatst niet meer begrijpen, het niet meer ontvangen. ‘Ziende konden
zij het niet meer zien’, om het met een woord van Jezus Zelf te zeggen.
Dat is iets heftigs! Blijkbaar kunnen die vrede en dat geluk die Jezus
wil geven dus ook aan je voorbijgaan… Of beter gezegd: blijkbaar
kunnen wij het zelf aan ons voorbij laten gaan… Jeruzalem doet
een appèl op ons: al die keren dat God iets van Zichzelf aan u liet
zien… en al die momenten die je ontvangt om iets van Hem te ho-
ren of te ervaren…, laten wij er alsjeblieft iets mee doen! Wacht niet
te lang met keuzes maken in je geloof. Blijf alsjeblieft niet in oude
patronen of in je vastgeroeste denkbeelden hangen. Koester niet je
bitterheid of je eeuwige twijfel en verschuil je niet achter het ik-heb-
nog-zoveel-andere-dingen-aan-mijn-hoofd. Nee, zet de poort van
je hart open en zorg ervoor dat je de vrede van deze Vredevorst niet
misloopt!
Die tranen van Jezus doen mij beseffen dat ik echt stappen moet
zetten. Theologisch gezegd: ‘in het Evangelie komt namelijk ook het
oordeel mee.’ Het oordeel is niet straks, ooit, eens…, het is nu. Hier
en nu vinden de beslissingen plaats.
Maar als ik nog een keer naar die tranen van Jezus kijk…: wat is het
ook diep ontroerend om dat betraande gezicht van Jezus te zien. In
die betraande ogen zie ik de ogen van God. Zo gaan wij God blijk-
baar aan het hart! Zo ontzettend dierbaar bent u voor Hem. Wij
ontroeren Hem tot tranen! Onze redding, ons eeuwig geluk, raakt
God tot diep in Zijn binnenste.
Laat deze bijzondere liefde van God in deze veertigdagentijd maar
bij u binnenkomen. En ik hoop ook dat deze liefde van God u zal
aanmoedigen om op dezelfde manier naar anderen te kijken: met
de ogen van Jezus, misschien ook wel tot tranen geroerd. Omdat die
ander net als u in Gods ogen zo ontzettend kostbaar is.
ds. Eddy de Kruijf (wijkgemeente Ichthus)
