Gaat techniek ons redden?

Ik werd getriggerd door een artikel in de rubriek Tijdgeest van dagblad Trouw van zaterdag 28 december jl. De rubriek was gewijd aan de vraag: hoe houd je hoop in 2025?

Het artikel was een interview met filosoof Sebastien Valkenberg. Hij schreef een optimistisch boekje getiteld: “In het voetspoor van de vooruitgang”. Hij is op bezoek gegaan bij pioniers in witte jassen, op universiteiten, in laboratoria en fabrieken in Nederland en België. En is zeer hoopvol gestemd over de innovaties die volgens hem de wereld gaan redden. Oplossingen bijvoorbeeld voor milieu en energievraagstukken. En er gaat de komende tijd ongetwijfeld veel veranderen door de opmars van de kunstmatige of nabootsende intelligentie. Supercomputers die in mum van tijd een onvoorstelbare hoeveelheid kennis kunnen combineren.

Ik ga het boekje zeker lezen. De zin die mij trof was deze: “Ik geloof meer in een technofix dan in een sociofix”. Ok, het is blijkbaar een geloof. Maar hij ziet meer in de kracht van het menselijk vernuft en doorzettingsvermogen dan in een mentaliteitsverandering. En daar kan ik voor een groot deel in mee. Al is het ook nodig om zolang die nieuwe technieken er nog niet zijn ons consumptiegedrag aan te passen. Maar we geven niet graag verworvenheden op die ons leven
aangenamer maken en leuker. Douchen,
huis verwarmen, autorijden en vliegvakanties vieren bijvoorbeeld. Valkenberg haalt een sprekend voorbeeld aan van een technofix uit het verleden. In
de 18e eeuw betoogde econoom en dominee T. Malthus dat de wereldbevolking te snel groeide om iedereen van voedsel te kunnen voorzien. Een reële zorg en een scenario voor een armoederamp. Dus: maar niet te veel baby’s meer maken. En wie weet had hij gelijk gekregen ware het niet dat in 1909 de kunstmest werd uitgevonden door de Duitse
chemicus F. Haber. Het heeft tot op heden miljarden mensen gered.

Als ik het in bijbels perspectief plaats dan kijk ik naar het visioen uit de Openbaring waarin de nieuwe aarde gezien wordt als een stad. Gekscherend gezegd lopen we in het toekomstig paradijs niet met een harp en op onze blote voeten in een pluktuin maar leven we in een stad van vrede. En een stad is een grote mensensamenleving vol techniek. Je kunt op Netflix kijken naar sombere films over overvolle en vervuilde steden waarin mensen elkaar naar het leven staan. Negatieve lijnen uit het heden worden doorgetrokken naar de toekomst. Maar waarom zouden we niet positieve lijnen doortrekken naar de toekomst? Het lijkt me ook veel gezonder om de volgende generatie daarmee te bemoedigen. Wie nu opgroeit en alsmaar geconfronteerd wordt met de crises en problemen kan er depressief van worden. Maar we zijn gemaakt naar het beeld van God. En God is een schepper. Een drijvende kracht. En die zit ook in elke volgende jonge generatie.

Als gelovig mens leef je uit het vertrouwen dat het God is die de toekomst maakt. En ons die toekomst ook gunt uit genade. We zijn niet aan onszelf overgeleverd. En ik geloof daarom dat we God dankbaar mogen zijn voor al die uitvindingen die het leven leefbaar en mooier maken en zullen gaan maken. Gaat techniek ons redden? Nee. Techniek is niet God. Maar ons van God gekregen vernuft en doorzettingsvermogen zijn gaven die we nodig hebben. En daarbij blijft ook een moreel kompas nodig. En dat dragen we als kerk mee in onze boodschap. Het is daarom goed en nodig dat ook de kerk van Christus, u en ik incluis, over deze dingen nadenkt.

Ds. R. Blokland

Geplaatst in Nieuws.