Doof de Geest niet uit
‘Doof de Geest niet uit’ zo luidt één van Paulus’ afsluitende waar- schuwingen in zijn brief aan de gemeente van Thessaloniki. Een bijzondere waarschuwing… Maar ook wel heftig: je kunt blijk- baar de Heilige Geest ‘uitdoven’?
Maar laten wij het eerst even omdraaien: Paulus twijfelde er dus geen moment aan dat de Heilige Geest in de gemeente aanwezig is. Want anders viel er niets te doven. Paulus had het dan ook over ‘de kracht van de Heilige Geest’ (1:5) en ‘vreugde van de Heilige Geest’ (1:6) onder de christenen in Thessaloniki. Hoe zou die Geestelijke werkelijkheid in die gemeente eruit heb- ben gezien? Zou het zo zijn geweest als op die eerste Pinksterdag (Handelingen 2): talloze mensen die diep geraakt waren door de woorden van Paulus, zich tot God omkeerden en zich direct lieten dopen? Of zou het meer geleidelijk aan zijn gegaan, druppelsge- wijs: wat kleine groepjes gelovigen in die heidense omgeving die steeds meer groeiden in geloof? Zou het met grootse wonderen gepaard zijn gegaan? Genezingen misschien? Of was het vooral een diepe vreugde in het hart van de mensen? In ieder geval: kracht en vreugde van de Heilige Geest!
In de waarschuwing ‘doof de Heilige Geest niet uit’ wordt de heilige Geest met vuur vergeleken. Zo is Hij ook op die allereerste Pinksterdag verschenen: in wind en in vuur.
‘Vuur’ heeft in ons dagelijks taalgebruik vaak te maken met warmte, ‘vol passie zijn’, aangestoken worden, ergens helemaal door geraakt worden. Maar de eerste keer in het Nieuwe Testament dat de Heilige Geest wordt vergeleken met vuur wijst het vooral op iets anders. Johannes de Doper preekte: Hij (= Jezus) Die na mij komt, is sterker dan ik (…) Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur. Hij houdt de wan in zijn hand, Hij zal zijn dorsvloer reinigen… Het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’ Vuur betekent allereerst: reiniging. Het vuur van de Geest is reinigend vuur. Zo werd vuur vaak gebruikt: men hield het zilver of andere metalen in het vuur om de zwarte aanslag weg te branden. Dat is dus Gods verlangen: ons leven als nieuw maken. Zuiver maken.
Niet: ons leven wat ‘oppoetsen’. Maar: diepe reiniging, nieuw ma- ken door het vuur van Zijn Geest. Gods Geest doet ons tot inzicht en inkeer komen. Gods Geest vuurt aan, laat ons voor onze Redder Jezus knielen en ons vervolgens opstaan in een nieuw en zuiver le- ven. Gods Geest geeft ons een nieuwe levensrichting: richting God en Zijn Koninkrijk, in de gloedvolle hoop op Zijn toekomst.
Ik denk daarom dat ‘doof de Geest niet uit’ zoiets betekent als: heb ontzag voor het werk van Gods Geest. En: wees vol verwachting! Laat je als gemeente verrassen. Laat je je verwonderen. Geef de Heilige Geest de ruimte. En wees daarin ook ruimdenkend: mis- schien werkt de Heilige Geest wel heel anders, dan wij zouden verwachten. Het werk van Gods Geest is immers te groot om binnen onze eigen (veilige) kaders te blijven. God werkt met Zijn Geest soms echt op andere manieren en ook in mensen waarvan wij het misschien helemaal niet verwachten. Voor de eerste christenen in Jeruzalem was het in ieder geval wel even omdenken dat uit- gerekend de fervente christenvervolger Paulus het Evangelie ging verspreiden… Geef dus ruimte aan de Geest. Doof het vuur van de Geest niet uit met je eigen verwachtingspatroon, of de maat waarmee je anderen meet.
Maar ook die andere kant: durf ook te ge- loven dat God met Zijn Geest niet alleen in het buitengewone, maar ook binnen bepaalde (vertrouwde) kaders werkt. Het werk van de Geest hoeft niet altijd een bijzondere prikkel te zijn, een heerlijk gevoel te geven, een buitengewoon iets te lijken, of op een onverwacht moment. Misschien vormt Hij u wel door die gewone Bijbellezing na de maaltijd. Of door mid- del van die preek van die voorganger, waarbij je al de moed in de schoenen zonk toen je wist dat hij/zij zou voorgaan. Of door dat eenvoudige kinderliedje. Of middels je dagelijkse gebed. Doof de Geest niet uit met je eigen verwachtingspatroon of je eigen opgestelde criteria waaraan het werk van de Geest moet voldoen.
Het werk van Gods Geest is krachtig, wervelend en overweldigend. Gods Geest doorbreekt menselijke weerstanden, onwil en twijfel. Maar blijkbaar kan dat krachtige, overweldigende werk van de Geest toch ook worden gedoofd. Want God forceert meestal niet, maar vraagt om ruimte in ons leven. Geven wij Gods Geest die ruimte? Laat je je verrassen en veranderen? Laat je je inschakelen om in de kracht van de Geest te gaan voor Gods Koninkrijk? Houd de Pinkstervlam brandend!
ds. Eddy de Kruijf (predikant wijkgemeente Ichthus)
