november 2018

15 minuten

In de bibliotheek zie ik een kookboek liggen tussen de net ingeleverde boeken. Het heeft als titel ‘Overheerlijk, voedzaam en supersnel in 15 minuten’, geschreven door TV kok Jamie Oliver. Fijn! Binnenkort krijg ik een paar kritische eters op bezoek. De laatste keer dat ze bij ons aten was het commentaar op de maaltijd nogal zuur en zuinig en zag ik hen denken ‘dit is vlees nog vis’. Dat klopte ook want ik had vegetarisch gekookt. Maar ja, daarvoor heb je dan wel bijna de hele avond ongezellig alleen in de keuken gestaan. Dat moet anders kunnen. Nieuwsgierig kijk ik nog even bij de andere kookboeken in de bieb. Van dezelfde auteur staat er ook een kookboek ‘Lekker eten in 30 minuten’. Maar waarom ergens 30 minuten over doen als ik het ook in 15 minuten kan? Dat zeggen mensen ook wel eens over een preek.

Thuisgekomen ga ik gelijk aan de slag om het alvast een keer te oefenen. Ik begin met het recept waar het leeslint nog bij ligt ‘Pasta Pesto’. Dat klinkt al lekker en niet te moeilijk. Enthousiast begin ik met het overschrijven van de ingrediëntenlijst voor de boodschappen. Dat zijn er zeventien! Mijn oma zei altijd ‘Wie een omelet wil bakken moet eerst de eieren breken’. Je moet er wel wat voor over hebben, het gaat niet vanzelf. Gelukkig schrijft Jamie bemoedigend in het voorwoord: ‘Ik beloof je dat als je er echt voor gaat, je gegarandeerd zult slagen! De recepten zijn getest door koks van alle niveaus, van tieners tot tachtigers en ze waren allemaal even positief en enthousiast. Als zij het kunnen, kun jij het ook!’.

Na een lange zoektocht in de winkel naar de ingrediënten (‘Heeft u alles kunnen vinden meneer?’ ‘Ja met moeite’) ga ik aan de slag…

Licht aangebrand en over de kook kom ik ruim 60 minuten later aan bij de laatste regel van het recept. Wat is er mis gegaan? Waarom lukt het tieners en tachtigers in 15 minuten en doe ik er ruim een uur over? Waarschijnlijk heb ik het recept te veel gelezen zoals een dominee een Bijbeltekst leest. Regel voor regel herkauwen en alle woorden tien keer omdraaien.

Gelukkig is de smaak prima. In gedachten hoor ik mijn Bijbelvaste oma weer die me vaak zei: ‘In rust en inkeer ligt je redding, in geduld en vertrouwen ligt je kracht’ (Jesaja 30:18). Rustig prik ik daarom nog maar wat heerlijke Pasta Pesto aan mijn vork. Het geeft helemaal niets dat het geen ‘pasta presto’ is geworden.

Met vriendelijke groet, ds. Jochem Stuiver

Van de waterkant

15 minuten

In de bibliotheek zie ik een kookboek liggen tussen de net ingeleverde boeken. Het heeft als titel ‘Overheerlijk, voedzaam en supersnel in 15 minuten’, geschreven door TV kok Jamie Oliver. Fijn! Binnenkort krijg ik een paar kritische eters op bezoek. De laatste keer dat ze bij ons aten was het commentaar op de maaltijd nogal zuur en zuinig en zag ik hen denken ‘dit is vlees nog vis’. Dat klopte ook want ik had vegetarisch gekookt. Maar ja, daarvoor heb je dan wel bijna de hele avond ongezellig alleen in de keuken gestaan. Dat moet anders kunnen. Nieuwsgierig kijk ik nog even bij de andere kookboeken in de bieb. Van dezelfde auteur staat er ook een kookboek ‘Lekker eten in 30 minuten’. Maar waarom ergens 30 minuten over doen als ik het ook in 15 minuten kan? Dat zeggen mensen ook wel eens over een preek.

Thuisgekomen ga ik gelijk aan de slag om het alvast een keer te oefenen. Ik begin met het recept waar het leeslint nog bij ligt ‘Pasta Pesto’. Dat klinkt al lekker en niet te moeilijk. Enthousiast begin ik met het overschrijven van de ingrediëntenlijst voor de boodschappen. Dat zijn er zeventien! Mijn oma zei altijd ‘Wie een omelet wil bakken moet eerst de eieren breken’. Je moet er wel wat voor over hebben, het gaat niet vanzelf. Gelukkig schrijft Jamie bemoedigend in het voorwoord: ‘Ik beloof je dat als je er echt voor gaat, je gegarandeerd zult slagen! De recepten zijn getest door koks van alle niveaus, van tieners tot tachtigers en ze waren allemaal even positief en enthousiast. Als zij het kunnen, kun jij het ook!’.

Na een lange zoektocht in de winkel naar de ingrediënten (‘Heeft u alles kunnen vinden meneer?’ ‘Ja met moeite’) ga ik aan de slag…

Licht aangebrand en over de kook kom ik ruim 60 minuten later aan bij de laatste regel van het recept. Wat is er mis gegaan? Waarom lukt het tieners en tachtigers in 15 minuten en doe ik er ruim een uur over? Waarschijnlijk heb ik het recept te veel gelezen zoals een dominee een Bijbeltekst leest. Regel voor regel herkauwen en alle woorden tien keer omdraaien.

Gelukkig is de smaak prima. In gedachten hoor ik mijn Bijbelvaste oma weer die me vaak zei: ‘In rust en inkeer ligt je redding, in geduld en vertrouwen ligt je kracht’ (Jesaja 30:18). Rustig prik ik daarom nog maar wat heerlijke Pasta Pesto aan mijn vork. Het geeft helemaal niets dat het geen ‘pasta presto’ is geworden.

Met vriendelijke groet, ds. Jochem Stuiver

Van over het water

Wat doe je met uitnodigingen om met het Kerstfeest een stichtelijk woord te spreken over het Woord? Aannemen! Zo sprak in de opleiding professor Van Gennep tegen ons. Altijd aannemen. Het is een kans.

Wat ik momenteel ervaar is dat we onze buik vol hebben van verhalen en ook nog moe zijn van allerlei uitleg. Daarom geloof ik dat we gewoon (…) maar weer Het Verhaal moeten vertellen. Dat is al actueel genoeg. Want er is voor velen geen plaats in de herberg Nederland en Europa. De zwangerschap vertelt onmiddellijk waar wij allemaal wel niet gewenst of ongewenst zwanger van zijn. Maar ondertussen kan een kind dus gewoon (…) de redder zijn van de wereld.

Maar het echte probleem is dat de mensen Het Verhaal niet meer kennen. Een bruidspaar op mijn spreekkamer kon geen Bijbelverhaal noemen voor hun huwelijksdienst. Dat neem ik deze lieve mensen niet kwalijk. Integendeel. Zij kunnen daar niets aan doen. Maar ik neem het mezelf kwalijk dat we niet hebben waargemaakt, waar we voor zeggen te staan, als mensen en als kerken wereldwijd: ‘Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping!’

En de huwelijksdienst? Dat komt echt wel goed. ‘Weest niet bevreesd!’
Piet Vellekoop

oktober 2018

Het achterste van je tong laten zien
Het jaarthema in onze gemeente is dit jaar een ‘goed gesprek’. Ik bedacht me daarbij dat er mensen in mijn leven zijn die ik jarenlang regelmatig ontmoet, maar waar ik nog nooit een goed gesprek mee heb gehad. Ik denk bijvoorbeeld aan mijn tandarts.

Hoewel mijn tandarts mij regelmatig aanmoedigt mijn mond open te doen en het achterste van mijn tong te laten zien, lig ik daar altijd met een mond vol tanden. En ook als de tandarts mij daarna ook nog eens aan meer dan één tand voelt, komt er bij mij geen zinnig woord uit. De tandarts zelf daarentegen is altijd volop aan het woord. Niet zozeer tegen mij maar tegen een onzichtbare assistente.

Wat hoor je de tandarts dan tegen de assistente zeggen? Nou bijvoorbeeld dit:
“Ik zie een ekstrand score 3 op het occlusale vlak van de 36 en de 27, een dentinelaesie ICDAS 4 bij de 45 distaal. Intra-oraal zie ik daar dof, wit glazuur, met cavitatie tot in het bruinverkleurde en zachte dentine en een verloren contactpunt met de 44 mesiaal. We gaan ze alle drie restaureren: V50, twee keer een V91, een V92, en driemaal een A10.” *

Het is net alsof de tandarts de winnende bingonummers noemt maar dan anders. Ieder getal bij de tandarts is niet een kleine kans op bingo en een mooie geldprijs maar op een gegarandeerde rekening in een fleurige envelop van Famed. Die kun je natuurlijk missen als kiespijn.

Het is misschien een troost dat een gezond gebit ook helpt om goede gesprekken te kunnen voeren. En dat je bij de tandarts leert om geduldig te luisteren, belangrijk voor een goed gesprek. Zoals ook in Jakobus 1:19 staat: ‘Ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken.’ Laat ik daar nog maar eens een tandje voor bij zetten.

* met dank aan Juliette Stolze, student aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) voor de getallen en codes die tandartsen gebruiken
Jochem Stuiver

oktober 2018

Met God op vakantie?

Of het een beroepsdeformatie, een toeristische eigenheid, een spirituele behoefte of een geloofsdaad is, laat ik maar in het midden. Maar ik wandel in de vakantie van tijd tot tijd een kerkgebouw binnen. De reden is me niet altijd duidelijk, maar ik heb ondertussen al heel wat vroomheid ‘in hout en steen’ gezien.
Van ‘hutten om in te schuilen’ (letterlijk vanwege het weer) tot bouwwerken die veel meer pretendeerden dan ‘zomaar een dak boven wat hoofden’.
Soms waren ze gesloten en bleken het onneembare vestingen. Dan kon ik nooit nalaten om te denken aan psalm 87: ‘Hij houdt er Open Hof!’ (…) Er waren er ook die uitnodigend en wervend en commercieel de deuren hadden geopend.
In één kerk las ik dit jaar, naast allerlei parochieberichten: ‘Neem God mee op vakantie!’ Er stond niet bij hoe je dat moest doen. Maar het heeft me niet losgelaten. Is dit nu de manier om God ter sprake te brengen?
Ik probeer de gemeente en de kerk nogal eens te bekijken met de ogen van een buitenstaander. Wat voor een idee van God wordt hier dan gegeven? Is Hij een reisverzekering, een reisgids, een verbandtrommel? Allemaal zaken die men, naar men zegt, mee moet nemen op vakantie. Maar of God zich zomaar laat meenemen, hanteren en gebruiken? Waarschijnlijk begrijp ik de bedoeling van zo’n advies wel ongeveer. Maar moeten we niet wat zuiniger en preciezer gebruik maken van het woord ‘God’? Een beter advies lijkt me dat van Prediker: ‘Want God is in de hemel en gij zijt op aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn’.
Piet Vellekoop

Van over het water

Met God op vakantie?

Of het een beroepsdeformatie, een toeristische eigenheid, een spirituele behoefte of een geloofsdaad is, laat ik maar in het midden. Maar ik wandel in de vakantie van tijd tot tijd een kerkgebouw binnen. De reden is me niet altijd duidelijk, maar ik heb ondertussen al heel wat vroomheid ‘in hout en steen’ gezien.
Van ‘hutten om in te schuilen’ (letterlijk vanwege het weer) tot bouwwerken die veel meer pretendeerden dan ‘zomaar een dak boven wat hoofden’.
Soms waren ze gesloten en bleken het onneembare vestingen. Dan kon ik nooit nalaten om te denken aan psalm 87: ‘Hij houdt er Open Hof!’ (…) Er waren er ook die uitnodigend en wervend en commercieel de deuren hadden geopend.
In één kerk las ik dit jaar, naast allerlei parochieberichten: ‘Neem God mee op vakantie!’ Er stond niet bij hoe je dat moest doen. Maar het heeft me niet losgelaten. Is dit nu de manier om God ter sprake te brengen?
Ik probeer de gemeente en de kerk nogal eens te bekijken met de ogen van een buitenstaander. Wat voor een idee van God wordt hier dan gegeven? Is Hij een reisverzekering, een reisgids, een verbandtrommel? Allemaal zaken die men, naar men zegt, mee moet nemen op vakantie. Maar of God zich zomaar laat meenemen, hanteren en gebruiken? Waarschijnlijk begrijp ik de bedoeling van zo’n advies wel ongeveer. Maar moeten we niet wat zuiniger en preciezer gebruik maken van het woord ‘God’? Een beter advies lijkt me dat van Prediker: ‘Want God is in de hemel en gij zijt op aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn’.
Piet Vellekoop

Van over het water

Weemoedig of moedig naar de toekomst?
In de gemeentes die ik heb mogen dienen zijn door de jaren heen, in de plaats zelf of in de omgeving, kerken gesloten. Van een afstand leef je mee en zie je het gebeuren.  u gebeurt het ook in mijn geboorteplaats. Via mijn familie hoor ik nu de verhalen van een andere kant. Over kerkenraden en dominees… Het is een gebeuren dat zich op nogal wat plaatsen voltrekt. Het maakt me soms weemoedig.
Toch ben ik niet somber wanneer ik het in nationaal of internationaal perspectief bekijk. Hier mogen traditionele gemeenschappen dan verdwijnen, maar de vlam van het Christendom brandt nadrukkelijker dan ooit op andere continenten. Daarnaast zie ik onvermoede initiatieven oplichten op nooit gedachte plekken. Onze eigen kerk timmert met pioniersplekken nogal aan de weg. Het is een pionieren zoals Jezus ooit eens begon. Met vallen en opstaan. Want wat is de kern van de Zaak van het Evangelie? Díe kern op het spoor te komen én te verwerkelijken lijkt mij de hoofdzaak van de gemeenschap van Christus.
Volgens mij is een goede denkrichting: de ontmoeting. Als mensen zich geraakt, gekend weten in een ontmoeting, een viering, een gesprek van mens tot mens, gebeurt er iets. Als bijzaken van verschillende tradities
wegvallen in het Licht van de hoofdzaak: dat ik de ander erken en herken als beeld Gods. Als liefde vooroordelen tegen anderen overwint en mensen de handen ineenslaan. Als mensen met een klein gebaar de náám van God waarmaken: Ik zal er zijn. Dan is er even echt een gemeenschap. Als ik dat nooit meer zou zien in de wereld om me heen, maakte ik me echt zorgen. Mij inspireert vaak niet zozeer het hoge of lage
aantal mensen als ik voor mag gaan. Maar wel of ik de gemeenschap als echt, hecht en oprecht ervaar. Zolang ik dat nog heel regelmatig mee mag maken ben ik niet somber. Ook al blijf ik het wel heel erg jammer vinden van al die kerkgebouwen die sluiten.
ds. Piet Vellekoop

september 2018

Weemoedig of moedig naar de toekomst?
In de gemeentes die ik heb mogen dienen zijn door de jaren heen, in de plaats zelf of in de omgeving, kerken gesloten. Van een afstand leef je mee en zie je het gebeuren.  u gebeurt het ook in mijn geboorteplaats. Via mijn familie hoor ik nu de verhalen van een andere kant. Over kerkenraden en dominees… Het is een gebeuren dat zich op nogal wat plaatsen voltrekt. Het maakt me soms weemoedig.
Toch ben ik niet somber wanneer ik het in nationaal of internationaal perspectief bekijk. Hier mogen traditionele gemeenschappen dan verdwijnen, maar de vlam van het Christendom brandt nadrukkelijker dan ooit op andere continenten. Daarnaast zie ik onvermoede initiatieven oplichten op nooit gedachte plekken. Onze eigen kerk timmert met pioniersplekken nogal aan de weg. Het is een pionieren zoals Jezus ooit eens begon. Met vallen en opstaan. Want wat is de kern van de Zaak van het Evangelie? Díe kern op het spoor te komen én te verwerkelijken lijkt mij de hoofdzaak van de gemeenschap van Christus.
Volgens mij is een goede denkrichting: de ontmoeting. Als mensen zich geraakt, gekend weten in een ontmoeting, een viering, een gesprek van mens tot mens, gebeurt er iets. Als bijzaken van verschillende tradities
wegvallen in het Licht van de hoofdzaak: dat ik de ander erken en herken als beeld Gods. Als liefde vooroordelen tegen anderen overwint en mensen de handen ineenslaan. Als mensen met een klein gebaar de náám van God waarmaken: Ik zal er zijn. Dan is er even echt een gemeenschap. Als ik dat nooit meer zou zien in de wereld om me heen, maakte ik me echt zorgen. Mij inspireert vaak niet zozeer het hoge of lage
aantal mensen als ik voor mag gaan. Maar wel of ik de gemeenschap als echt, hecht en oprecht ervaar. Zolang ik dat nog heel regelmatig mee mag maken ben ik niet somber. Ook al blijf ik het wel heel erg jammer vinden van al die kerkgebouwen die sluiten.
ds. Piet Vellekoop

september 2018

Kijken in de ziel

 De afgelopen weken was op de TV het programma Kijken in de ziel te zien. U kunt het nog terugkijken via internet. Coen Verbraak praat in dit programma met religieuze leiders. Rabbijnen, imams, dominees, zenboeddhisten, een bisschop, een katholieke zuster en een hindoepriester buigen zich over de grote vragen van het bestaan. Ook rabbijn Marianne van Praag doet hieraan mee. Sommige zullen haar nog wel herinneren van de Bijbeluitdaging in 2015. Toen gaf ze in een overvol Trefpunt een boeiende en prikkelende lezing. Zij leest de meest bijbelteksten niet letterlijk maar zoekt daarin naar diepere lagen. Neem het verhaal over de vrouw van Lot, die nog omkeek naar Sodom en Gomorra toen ze die stad moest verlaten, en veranderde in een zoutpilaar. De levensles volgens haar hierin is: wat gebeurt er met ons als we alleen maar omkijken naar het verleden? Dan verstenen wij.

Wie het programma bekijkt zal waarschijnlijk niet zoveel antwoorden krijgen, misschien nog wel meer vragen. Regelmatig spreken de leiders elkaar en zichzelf tegen. Het kijkje in hun ziel leert dat ze vaak met net zoveel tegenstrijdige gedachten en gevoelens zitten als iedereen.

Ontroerend vond ik om te zien hoe bijvoorbeeld bevindelijk-gereformeerd predikant Floris van Binsbergen als vader worstelde toen hij zijn eerste kind in handen had. Moest hij daar ook bij denken ‘zo schuldig als wat’? Omdat hij vanuit zijn traditie gelooft in de erfzonde. Dat iedereen van geboorte af aan al vol kwaad zit. Hij bekende dat hij even als vader dacht: het zou toch niet waar zijn dat ik hier nu als eerste een kind in handen heb waarop de erfzonde niet rust!

Of hoe de stellige baptistenpredikant Orlando Bottenbley wankelde en vochtige ogen kreeg toen het leven van zijn zwaar gehandicapte zoon Joël ter sprake kwam. Zijn zoon is doof, blind en heeft een zeer laag begripsniveau. Communiceren gaat via aanrakingen. Hoe hij daarmee worstelt om dat te rijmen met zijn theologie waarin alles een zin en doel heeft en zwart of wit is, goed of fout.

Boeiend al die religieuze leiders met hun uitspraken. Maar ze zijn net zo boeiend als alle andere mensen als we elkaar een kijkje geven in onze ziel.

Jochem Stuiver

 

Van de waterkant

Kijken in de ziel

 De afgelopen weken was op de TV het programma Kijken in de ziel te zien. U kunt het nog terugkijken via internet. Coen Verbraak praat in dit programma met religieuze leiders. Rabbijnen, imams, dominees, zenboeddhisten, een bisschop, een katholieke zuster en een hindoepriester buigen zich over de grote vragen van het bestaan. Ook rabbijn Marianne van Praag doet hieraan mee. Sommige zullen haar nog wel herinneren van de Bijbeluitdaging in 2015. Toen gaf ze in een overvol Trefpunt een boeiende en prikkelende lezing. Zij leest de meest bijbelteksten niet letterlijk maar zoekt daarin naar diepere lagen. Neem het verhaal over de vrouw van Lot, die nog omkeek naar Sodom en Gomorra toen ze die stad moest verlaten, en veranderde in een zoutpilaar. De levensles volgens haar hierin is: wat gebeurt er met ons als we alleen maar omkijken naar het verleden? Dan verstenen wij.

Wie het programma bekijkt zal waarschijnlijk niet zoveel antwoorden krijgen, misschien nog wel meer vragen. Regelmatig spreken de leiders elkaar en zichzelf tegen. Het kijkje in hun ziel leert dat ze vaak met net zoveel tegenstrijdige gedachten en gevoelens zitten als iedereen.

Ontroerend vond ik om te zien hoe bijvoorbeeld bevindelijk-gereformeerd predikant Floris van Binsbergen als vader worstelde toen hij zijn eerste kind in handen had. Moest hij daar ook bij denken ‘zo schuldig als wat’? Omdat hij vanuit zijn traditie gelooft in de erfzonde. Dat iedereen van geboorte af aan al vol kwaad zit. Hij bekende dat hij even als vader dacht: het zou toch niet waar zijn dat ik hier nu als eerste een kind in handen heb waarop de erfzonde niet rust!

Of hoe de stellige baptistenpredikant Orlando Bottenbley wankelde en vochtige ogen kreeg toen het leven van zijn zwaar gehandicapte zoon Joël ter sprake kwam. Zijn zoon is doof, blind en heeft een zeer laag begripsniveau. Communiceren gaat via aanrakingen. Hoe hij daarmee worstelt om dat te rijmen met zijn theologie waarin alles een zin en doel heeft en zwart of wit is, goed of fout.

Boeiend al die religieuze leiders met hun uitspraken. Maar ze zijn net zo boeiend als alle andere mensen als we elkaar een kijkje geven in onze ziel.

Jochem Stuiver