Van over het water

Van over het water
Misschien ben ik ook zelf wel gevoeliger geworden voor het onderwerp, maar voor mijn gevoel is er nog nooit zoveel over eenzaamheid gesproken en gepubliceerd als het afgelopen jaar. Zelf geloof ik dat gevoelens van eenzaamheid onlosmakelijk bij het leven horen. Toch zullen mensen niet snel over hun eenzaamheid spreken. Ook al lukt dat beter dan veertig jaar geleden, toen ik als leerviciaris mijn eerste stappen op het pad van het ambt zette. Maar toch is het voor velen nog een taboe. Met name ook voor jongeren; als ik de literatuur mag geloven. Daar zit toch iets wonderlijks in. Mensen hebben tegenwoordig veel contacten via de sociale media en toch geeft maar liefst een miljoen mensen aan in Nederland zich soms of structureel eenzaam te voelen.
Maar wat ìs eenzaamheid? Het antwoord zal divers zijn. Maar in de kern is het denk ik een negatieve situatie gekenmerkt door gemis en teleurstelling. Het is een persoonlijke ervaring en waardering van je eigen situatie. Volgens mij zit het hem vooral in de kwaliteit van de relaties die we hebben. Mensen met heel veel contacten kunnen zich daarom eenzaam voelen. Soms vraag ik mensen weleens naar hun welbevinden. Soms krijg je dan heel verrassende antwoorden.
Een niet meer zo gezonde mevrouw antwoordde verrassend op mijn vraag hoe het met haar ging: ‘Niet mijn gezondheid is het belangrijkste (dat zegt bijna iedereen), maar mijn goede relaties met mensen tellen het meeste! Samen het verdriet delen is één van de rijkste ervaringen die ik mag meemaken.’
Misschien ligt de zin van het leven wel in het delen van de diepste gevoelens met anderen. Maar dat vraagt dan wel een openheid als van, de door zowel God als mensen niet begrepen, Job. Trouwens, ook Maria, de moeder van Jezus kende momenten van grote eenzaamheid.

ds. Piet Vellekoop

november 2019

Weekendje Texel

In de herfstvakantie wandelen we een weekend op Texel. Aan het einde van de dag komen we aan in De Koog. In de winkelstraat heeft een winkelier enthousiast een bord geplaatst: ‘Over 60 dagen is het Kerstfeest.’ Als een soort beroepsdeformatie begin ik te rekenen: acht-en-een-halve-week! Gelukkig is het zo gezellig dat ik het bord weer snel ben vergeten. Na een dag wandelen genieten we van een uitstekende maaltijd en vallen vervolgens als een blok in slaap.

Vroeg in de morgen staan we op. Er wacht nog een lange dag! Na een stevig ontbijt wandelen we door de winkelstraat om de route weer op te pakken. Het eerste bord wat ik tegen kom is: ‘Over 59 dagen is het Kerstfeest.’ Het is duidelijk te zien hoe de winkelier het 60 heeft vervangen door 59. Ik moet glimlachen want mij krijgt hij niet meer aan het rekenen. We wandelen verder over het eiland en genieten van alles wat het te bieden heeft.

Op de boot naar Den Helder sla ik een krant open die op een van de tafeltjes ligt. Een advertentie schreeuwt mij toe dat ik toch vooral mijn kerstpakketten op tijd moet bestellen. Over twee maanden is het immers al Kerstfeest. De VVV vertelt verder dat Texel al voor meer dan driekwart is volgeboekt. Ik sla mijn krant dicht en kijk naar de ondergaande zon boven de Noordzee. Ik vraag me af waardoor we nu werkelijk gelukkig worden. Wat is de achtergrond van dit verlangen naar het Kerstfeest? Wie het weet mag het zeggen. Misschien is een gesprek hierover wel meer zinvol dan een preek. Dan kan het kerstdiner in ieder geval zijn nut nog bewijzen. Want de religie lijkt zichzelf te hebben uitgehold door net zo hard mee te doen. U hebt bij het verschijnen van dit nummer overigens nog 40 dagen. Dus haast u! Maar voor Texel bent u te laat. Daar zitten de hotels inmiddels allemaal vol.
ds. Piet Vellekoop

Van over het water

Van over het water (66): Weekendje Texel

In de herfstvakantie wandelen we een weekend op Texel. Aan het einde van de dag komen we aan in De Koog. In de winkelstraat heeft een winkelier enthousiast een bord geplaatst: ‘Over 60 dagen is het Kerstfeest.’ Als een soort beroepsdeformatie begin ik te rekenen: acht-en-een-halve-week! Gelukkig is het zo gezellig dat ik het bord weer snel ben vergeten. Na een dag wandelen genieten we van een uitstekende maaltijd en vallen vervolgens als een blok in slaap.

Vroeg in de morgen staan we op. Er wacht nog een lange dag! Na een stevig ontbijt wandelen we door de winkelstraat om de route weer op te pakken. Het eerste bord wat ik tegen kom is: ‘Over 59 dagen is het Kerstfeest.’ Het is duidelijk te zien hoe de winkelier het 60 heeft vervangen door 59. Ik moet glimlachen want mij krijgt hij niet meer aan het rekenen. We wandelen verder over het eiland en genieten van alles wat het te bieden heeft.

Op de boot naar Den Helder sla ik een krant open die op een van de tafeltjes ligt. Een advertentie schreeuwt mij toe dat ik toch vooral mijn kerstpakketten op tijd moet bestellen. Over twee maanden is het immers al Kerstfeest. De VVV vertelt verder dat Texel al voor meer dan driekwart is volgeboekt. Ik sla mijn krant dicht en kijk naar de ondergaande zon boven de Noordzee. Ik vraag me af waardoor we nu werkelijk gelukkig worden. Wat is de achtergrond van dit verlangen naar het Kerstfeest? Wie het weet mag het zeggen. Misschien is een gesprek hierover wel meer zinvol dan een preek. Dan kan het kerstdiner in ieder geval zijn nut nog bewijzen. Want de religie lijkt zichzelf te hebben uitgehold door net zo hard mee te doen. U hebt bij het verschijnen van dit nummer overigens nog 40 dagen. Dus haast u! Maar voor Texel bent u te laat. Daar zitten de hotels inmiddels allemaal vol.
ds. Piet Vellekoop

oktober 2019


Tijdens het laatste pastoraal beraad vertelde Linda Marks een prachtig verhaal over ‘Gelukkig zijn’, wat ik graag doorgeef:
Een jongen van negen jaar vraagt aan zijn vader; ‘Wat moet ik doen om gelukkig te zijn?’ Zijn vader zegt: ‘Kom, pak je rugzak en de ezel. We gaan vier dagen op reis.’
Op dag één zit de zoon met zijn rugzak op de ezel. De vader loopt naast hen met zijn eigen rugzak op zijn rug. De mensen die hen voorbij zien komen zeggen tegen elkaar: ‘Wat heeft die zoon een gebrek aan respect voor zijn vader. Zo klein is hij niet meer en hij gaat op de ezel zitten, terwijl zijn vader de jongste niet meer is; belachelijk.’
Op dag twee zit de vader met rugzak op de ezel en de zoon loopt er rustig naast. Wederom wordt over hen gesproken. ‘Wat een ontaardde vader, hij vindt zijn comfort en gerief belangrijker dan dat van zijn zoon. Bovendien is de vader nog niet zo oud en het zoontje is nog maar een klein ventje.’
Op dag drie gaan zowel de vader als de zoon met bepakking op de ezel zitten. ‘Wat een egoïsten en dierenbeulen! Hoe kunnen ze dat doen.’
Op dag vier lopen zowel de vader als de zoon naast de ezel. En weer praten de mensen over hen: ‘Die twee snappen de essentie van een ezel niet. Wat een stelletje idioten dat ze geen gebruik maken van de ezel.’
Bij thuiskomst vraagt de vader aan zijn zoon: ‘Heb je een antwoord op je vraag gekregen?’ De zoon knikt.

ds. Piet Vellekoop



Van over het water

Tijdens het laatste pastoraal beraad vertelde Linda Marks een prachtig verhaal over ‘Gelukkig zijn’, wat ik graag doorgeef:
Een jongen van negen jaar vraagt aan zijn vader; ‘Wat moet ik doen om gelukkig te zijn?’ Zijn vader zegt: ‘Kom, pak je rugzak en de ezel. We gaan vier dagen op reis.’
Op dag één zit de zoon met zijn rugzak op de ezel. De vader loopt naast hen met zijn eigen rugzak op zijn rug. De mensen die hen voorbij zien komen zeggen tegen elkaar: ‘Wat heeft die zoon een gebrek aan respect voor zijn vader. Zo klein is hij niet meer en hij gaat op de ezel zitten, terwijl zijn vader de jongste niet meer is; belachelijk.’
Op dag twee zit de vader met rugzak op de ezel en de zoon loopt er rustig naast. Wederom wordt over hen gesproken. ‘Wat een ontaardde vader, hij vindt zijn comfort en gerief belangrijker dan dat van zijn zoon. Bovendien is de vader nog niet zo oud en het zoontje is nog maar een klein ventje.’
Op dag drie gaan zowel de vader als de zoon met bepakking op de ezel zitten. ‘Wat een egoïsten en dierenbeulen! Hoe kunnen ze dat doen.’
Op dag vier lopen zowel de vader als de zoon naast de ezel. En weer praten de mensen over hen: ‘Die twee snappen de essentie van een ezel niet. Wat een stelletje idioten dat ze geen gebruik maken van de ezel.’
Bij thuiskomst vraagt de vader aan zijn zoon: ‘Heb je een antwoord op je vraag gekregen?’ De zoon knikt.

ds. Piet Vellekoop

september 2019

Plotseling komen mensen soms met dezelfde soort vragen. Het lijkt dan alsof ‘er iets in de lucht hangt’. Soms heeft het ook te maken met programma’s op de televisie of een plotseling veel voorkomend onderwerp in de kranten of op de radio. Wonderlijk is het dan ook soms hoe je tegen een antwoord aan kunt lopen… Juist door te lopen…

Op de eerste bladzijden van Selma Lagerlöfs ‘Jeruzalem’ loopt een jonge Zweedse boer ploegend over de voorvaderlijke akkers. Hij zit vol zorgen en weet niet welke beslissing hij moet nemen. Dan komt hij al mijmerend in gesprek met zijn gestorven vader. Telkens onderbreekt de schrijfster zijn gedachtenstroom met korte zinnen: maar vader zegt geen woord, vader antwoordt niet, vader zit er nog altijd zwijgend bij, vader is geheel stil, vader is niet tot spreken te bewegen. Toch komt er gaandeweg een wending in het spreken van de zoon. Al zoekend en vragend wordt zijn situatie verhelderd en weet hij tenslotte zeker welke beslissing hij moet nemen. Dan concludeert hij: het is toch merkwaardig, dat als je iemand om raad vraagt en je probleem onder woorden gaat brengen, je voor jezelf soms al het begin van een oplossing ziet.

Het is een mooi en bijzonder verhaal. Soms vermoed ik dat het met gebedsverhoring, daar gingen de vragen over waarmee ik begon, ook zo is gesteld. God nodigt niet voor niets uit tot volharding in de gebeden. Het is goed om concrete zorgen te noemen, zodat men zichzelf erin herkent. Geen ding mag en moet verzwegen worden. Zo wint het bidden, mediteren, mijmeren etc…. aan diepte. Zo kan het uitspreken het begin van de verhoring worden. Niet in de betekenis van een oplossing. Maar wel in die zin dat er een mogelijke weg gevonden wordt om te gaan. Ploegen is zo gek nog niet. Lopen trouwens ook niet…

ds. Piet Vellekoop

van over het water

Plotseling komen mensen soms met dezelfde soort vragen. Het lijkt dan alsof ‘er iets in de lucht hangt’. Soms heeft het ook te maken met programma’s op de televisie of een plotseling veel voorkomend onderwerp in de kranten of op de radio. Wonderlijk is het dan ook soms hoe je tegen een antwoord aan kunt lopen… Juist door te lopen…

Op de eerste bladzijden van Selma Lagerlöfs ‘Jeruzalem’ loopt een jonge Zweedse boer ploegend over de voorvaderlijke akkers. Hij zit vol zorgen en weet niet welke beslissing hij moet nemen. Dan komt hij al mijmerend in gesprek met zijn gestorven vader. Telkens onderbreekt de schrijfster zijn gedachtenstroom met korte zinnen: maar vader zegt geen woord, vader antwoordt niet, vader zit er nog altijd zwijgend bij, vader is geheel stil, vader is niet tot spreken te bewegen. Toch komt er gaandeweg een wending in het spreken van de zoon. Al zoekend en vragend wordt zijn situatie verhelderd en weet hij tenslotte zeker welke beslissing hij moet nemen. Dan concludeert hij: het is toch merkwaardig, dat als je iemand om raad vraagt en je probleem onder woorden gaat brengen, je voor jezelf soms al het begin van een oplossing ziet.

Het is een mooi en bijzonder verhaal. Soms vermoed ik dat het met gebedsverhoring, daar gingen de vragen over waarmee ik begon, ook zo is gesteld. God nodigt niet voor niets uit tot volharding in de gebeden. Het is goed om concrete zorgen te noemen, zodat men zichzelf erin herkent. Geen ding mag en moet verzwegen worden. Zo wint het bidden, mediteren, mijmeren etc…. aan diepte. Zo kan het uitspreken het begin van de verhoring worden. Niet in de betekenis van een oplossing. Maar wel in die zin dat er een mogelijke weg gevonden wordt om te gaan. Ploegen is zo gek nog niet. Lopen trouwens ook niet…

ds. Piet Vellekoop

juli 2019

‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

Het zijn woorden van de dichter Jules Deelder, die op één van de mooiste vakantiekaarten staan die ik ooit heb ontvangen. De kaart toont een balkon, tienhoog op een flat in Leiden. Op het balkon: een ligstoel, de krant, een stapel boeken, koffie, een gebakje, een kleine radio, een vaas bloemen en nog wat ‘rommel’. Op de achterkant: ‘Een hartelijke vakantiegroet vanuit Playa del Casa!’ (thuisstrand)

Het is duidelijk: deze vakantieganger is thuis gebleven. Waarom zou een mens ook niet? Thuis heeft hij immers alles bij de hand. Het is dan ook voornamelijk mijn nieuwsgierigheid die mij af en toe de zonde van het vliegen doet begaan.

Maar als ik echt wil bijtanken ben ik thuis het beste af. Het beste bed en het beste bad, de beste douche en de beste ligbank. Daarbij: tegen mijn eigen fiets kan geen huurfiets ter wereld op! Wat ik ondanks al mijn reizen heb ingezien, met name ook mijn ingrijpende pelgrimsreizen naar Santiago en Rome, is dat afstand nemen van het dagelijks werk, echt niet alleen bereikt kan worden door de fysieke afstand. Ook al vergemakkelijkt het wel dat proces.

Nadeel van niet op vakantie gaan is, dat je een heel waardevol en essentieel onderdeel mist: het weer thuiskomen. Persoonlijk vind ik een groot voordeel van reizen dat het je kritisch maakt en je blik scherpt. Ook al kan ik een diep gevoel van dankbaarheid vaak niet onderdrukken wanneer ik weer thuis arriveer. Boven alles vertelt een thuiskomst hoe verrukkelijk thuis is en hoe goed ik het hier heb.

Ik zal niet zingen: ‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn’ (Psalm 126). Maar wel weet ik dat ik, als ik weer op mijn eigen bed lig en mijn ogen sluit, onmiddellijk weer op reis ben, want: ‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

ds. Piet Vellekoop

van over het water

‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

Het zijn woorden van de dichter Jules Deelder, die op één van de mooiste vakantiekaarten staan die ik ooit heb ontvangen. De kaart toont een balkon, tienhoog op een flat in Leiden. Op het balkon: een ligstoel, de krant, een stapel boeken, koffie, een gebakje, een kleine radio, een vaas bloemen en nog wat ‘rommel’. Op de achterkant: ‘Een hartelijke vakantiegroet vanuit Playa del Casa!’ (thuisstrand)

Het is duidelijk: deze vakantieganger is thuis gebleven. Waarom zou een mens ook niet? Thuis heeft hij immers alles bij de hand. Het is dan ook voornamelijk mijn nieuwsgierigheid die mij af en toe de zonde van het vliegen doet begaan.

Maar als ik echt wil bijtanken ben ik thuis het beste af. Het beste bed en het beste bad, de beste douche en de beste ligbank. Daarbij: tegen mijn eigen fiets kan geen huurfiets ter wereld op! Wat ik ondanks al mijn reizen heb ingezien, met name ook mijn ingrijpende pelgrimsreizen naar Santiago en Rome, is dat afstand nemen van het dagelijks werk, echt niet alleen bereikt kan worden door de fysieke afstand. Ook al vergemakkelijkt het wel dat proces.

Nadeel van niet op vakantie gaan is, dat je een heel waardevol en essentieel onderdeel mist: het weer thuiskomen. Persoonlijk vind ik een groot voordeel van reizen dat het je kritisch maakt en je blik scherpt. Ook al kan ik een diep gevoel van dankbaarheid vaak niet onderdrukken wanneer ik weer thuis arriveer. Boven alles vertelt een thuiskomst hoe verrukkelijk thuis is en hoe goed ik het hier heb.

Ik zal niet zingen: ‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn’ (Psalm 126). Maar wel weet ik dat ik, als ik weer op mijn eigen bed lig en mijn ogen sluit, onmiddellijk weer op reis ben, want: ‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

ds. Piet Vellekoop

mei 2019

#Doeslief

Sire is een nieuwe campagne begonnen in Nederland: Doeslief, oftewel “doe eens lief”.
Een opmerkelijke slogan. Blijkbaar hebben we dat in Nederland nodig, een oneliner om ons eraan te herinneren vriendelijk te doen tegen onze medemens. Dat gaat blijkbaar
niet vanzelf. Het doet me denken aan de woorden van Jezus in Matthéüs 24 dat aan het einde der tijden de liefde zal verkillen. Wordt dat nu zichtbaar in de manier waarop we omgaan met spoorwegpersoneel, caissières, hulpverleners of de gebaren die mensen naar elkaar kunnen maken in het verkeer? De liefde verkilt volgens Sire alom en daarom dan maar die oproep: Doeslief.
Toch begrijp ik die campagne wel. Als iets je aan het hart gaat, kunnen emoties snel de overhand krijgen en wordt er niet altijd meer nagedacht. Een gebaar, een gezichtsuitdrukking, even lik op stuk geven. Het gebeurt vaak voordat je het in de gaten hebt. Zelfs binnen de kerk kunnen we gemakkelijk kritiek hebben op elkaar en elkaar de maat nemen. In plaats van dat we elkaar liefhebben en aanvaarden. Ook Jezus sprak mensen niet naar de mond en kon met felle bewoordingen het een en ander duidelijk maken. Maar wel altijd om de mensen terug te laten keren tot de liefde van God. Met andere woorden: om levens te veranderen. Lief doen kostte Hem zelfs zijn leven. Maar geen onvertogen woord over de mensen die Hem dat aandeden. Maar wel een roep om vergeving.
#Doeslief Het gaat daarbij dus niet alleen om wat wij wel en niet moeten doen. Het gaat dieper dan dat. Het gaat hier om de manier waarop we met elkaar omgaan, over onderlinge verhoudingen tot elkaar: vriendelijkheid, nederigheid, hartelijkheid, behulpzaamheid. We leven niet alleen op deze wereld. We zijn elkaar geschonken en daarom houden we rekening met elkaar.

ds. Piet Vellekoop
(met dank aan Ariane Kuyvenhoven)