We zijn blij dat u hier bent

Dit schrijven de burgemeesters van verschillende plaatsen, onder andere onze burgemeester van Stichtse Vecht, aan de Molukse Gemeenschap in haar midden. Het is 70 jaar geleden dat de eerste Molukse soldaten en hun families voet aan land zetten in Nederland. Het is tijd om als samenleving te erkennen dat ‘de wijze van ontvangst en opvang onwaardig is geweest’ en veel leed heeft berokkend dat voortduurt tot op de dag van vandaag’.

In mijn vorige woonplaats, Krimpen aan den IJssel, maakte ik kennis met de Molukse gemeenschap.  We hadden gezamenlijke diensten met de Molukse protestantse kerk en gesprekken in de raad van kerken. Ik woonde een dienst bij met mooie muziek en voelde de grote onderlinge betrokkenheid van de mensen. Met name de hechtheid als het ging om begrafenissen, waar mensen uit het hele land naartoe kwamen maakten keer op keer indruk bij dorpsgenoten. ‘Daar kunnen wij nog wat van leren’, werd er vaak opgemerkt.

Met één van de kerkleden kreeg ik in de loop der jaren een hechte band. We spanden ons in om de samenwerking tussen de Hollandse en Molukse kerken te vergroten. De relatie tussen beide was goed, zo leerde ik van hem, maar had ook te maken met de traumatische periode vanaf de jaren ‘50. Ik ging lezen over hoe wij Nederlanders hen ontvangen hadden en was erdoor geschokt. Zo mochten families bijvoorbeeld maar drie kinderen meenemen en moesten de andere kinderen bij familieleden achterblijven. Hartverscheurend. Ik hoorde over oorlogstrauma’s bij de voormalig KNIl soldaten. Spanningen in families, geen wonder want ze verwachtten terug te keren en dat duurde en duurde maar. Tegelijk vertelde hij me over de veerkracht van de Molukkers.

Het meeste indruk maakte de manier waarop het geloof krachtig nabij kon komen. Van de week hoorde ik een Molukse fotograaf op de radio vertellen over zijn trauma’s en de moeilijke jaren die daarop volgden. ‘Tot ik op een avond de stem van God hoorde die me eruit haalde’, vertelde hij. Hij vond de kracht om weer aan het werk te gaan, dit keer met zijn hobby de fotografie waar hij zijn werk van maakte. Ik herken er het levendige geloof van mijn Krimpense vriend in. Hij vertelde dat God in zijn huis was in de dagen van rouw nadat zijn vrouw overleden was. Als hij daarover vertelde voelde je Gods aanwezigheid opnieuw in de kamer waar je was.

In onze gesprekken leerde ik dat het isolement kracht had gegeven maar mensen ook teveel afgesneden had om zich in de Nederlandse samenleving te ontwikkelen. De culturele Molukse culturele vereniging waar hij voorzitter van was probeerde dat te vergroten, maar de angst voor de Nederlandse samenleving die je jarenlang niet meegeteld had bleef aanwezig. Stapje voor stapje zag ik de relatie met het dorp verbeteren. In het cultureel centrum begon de Molukse gemeenschap een grotere rol te spelen. Er kwamen gezamenlijke diensten in de kerk. Ook kwamen er steeds meer rolmodellen, van dorpelingen met een Molukse achtergrond die zich hadden weten te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld de meester van Molukse afkomst van groep 8 die vele jongeren inspireerde. Op Giovanni van Bronckhorst waren alle dorpelingen trots.

Toch bleef de pijn van het verleden altijd ergens voelbaar. Daarom onderschrijf ik de brief van de burgemeesters, waarin ze het leed dat deze mensen is aangedaan erkennen. ‘We zijn blij dat jullie hier zijn’, schrijven de burgemeesters. Daar ben ik het volmondig mee eens. Ik denk dan aan de openluchtdienst die begeleid werd op een Moluks snaarinstrument, de trommelaars, het lekkere eten en vooral aan de twinkeling in de ogen van mijn Krimpense vriend waarin de geestkracht en de nabijheid van God oplichtte. Hopelijk kan ik binnenkort ook kennismaken met  de Molukuse kerk in Maarssen, ik kijk ernaar uit.

Ds. Corinne Groenendijk

crgroenendijk@hetnet.nl