Lange adem

Je hoeft geen profeet te zijn om te kunnen zien dat we nog niet klaar zijn met het coronavirus. We moeten het nog een poosje volhouden. De regels zullen wellicht nog strenger worden dan ze nu al zijn. Daartegen zal van allerlei kanten vermoedelijk nog weer verzet komen. Ondanks dat er meer dan 1700 mensen in het ziekenhuis liggen. Het zal van een ieder een lange adem vragen.

Het verzet tegen de aangehaalde coronaregels wordt breder in ons land. Ook in de kerken. Met name in de zwaardere reformatorische kerken en de niet minder lichte evangelische varianten, is weerstand tegen de 30 personen maatregel. Er zijn kerken waar de afgelopen zondag soms weer honderden tegelijk aanwezig waren. De zondagse eredienst wordt door hen als wezenlijk gezien voor het geloof. Daar zal ik niets van zeggen. Maar het zou weleens essentiëler volgens datzelfde geloof (en in de woorden van Jezus zelf) kunnen zijn, om ‘de naaste lief te hebben als jezelf’. Dat zijn woorden van de ‘lange adem’, die het al 2000 jaar uithouden. Daar is een eredienst meer of minder wel tegen bestand.

Toch zit het verlangen naar vrijheid diep. Als ik boodschappen doe zie ik mensen met een rechte rug zonder mondkapje op dit weekend in Bisonspoor, het winkelcentrum in Maarssenbroek. Ze stralen het uit: ‘Zie mij eens, ik bepaal zelf wel wat goed voor mij is! Niet minder ervaar ik het als onze koning op vakantie gaat naar Griekenland. Bewondering heb ik overigens voor het feit dat hij op zijn schreden is teruggekeerd. Het zijn niet de minste mensen die hun eigen gedrag publiekelijk laten corrigeren. Wat ik bij hem herken is het verlangen om er even uit te breken. Wie wil dat niet? Even opladen voor de tijd die komt.

Wat heb je nodig om het vol te houden als het leven tegenzit? Er is een bekend verhaal in de kerken van troost. Mens en God wandelen samen aan het strand. De sporen in het zand wijzen naar hun gezamenlijke tocht, totdat er plots nog één spoor is te zien. In een terugblik op de moeilijke periode roept de mens: ‘Zie je wel, daar moest ik alleen lopen, verlaten door God!’ ‘Nee’, zegt God, ‘in die moeilijke periode heb ik je gedragen. Een ander verhaal is de mop van drie geestelijken in een roeiboot. Een rabbijn, een dominee en een pastoor hebben een weddenschap over de vraag wie van hen over het water kan lopen. Dominee en pastoor halen een nat pak en verdrinken bijna. De rabbijn stapt uit de boot, loopt over het water en bereikt de oever. ‘Hoe kan dat?’ vragen de dominee en de pastoor. ‘Je moet weten waar de paaltjes staan’, luidt het antwoord.

Twee verschillende antwoorden op de vraag hoe houd je de lange adem vol? Hoe volhard je als jouw leven niet loopt als gehoopt? Het is duidelijk dat iedereen paaltjes zoekt om droog de overkant te halen. Tijdens een kringgesprek de afgelopen week, toen dat nog mocht, stond de vraag centraal hoe we het uit kunnen houden in deze voor sommigen barre tijden. Iedereen schreef het op en mocht het vervolgens vertellen. De avond was tekort. Liefde, vriendschap, geloof, telefoon, stilte, gebed, vertrouwen, herinneringen aan mijn opa en oma, een lied, een verhaal van een idool, een huisdier, een boek, een chatroom.

De clou is dat mensen zelf paaltjes kunnen zijn voor elkaar. Zo kunnen mensen het volhouden. Zo kun je voor elkaar instaan en inspringen. Een goed gevoel, weten dat je op elkaar kunt terugvallen, zodat niemand een nat pak krijgt of verdrinkt. Met elkaar volharden in geloof, hoop en liefde. Maar de meeste is de liefde. En liefde heeft de langste adem.

ds. Piet Vellekoop