Afscheid

In de afgelopen veertig jaar heb ik veel geleerd. Het meeste van gemeenteleden in de plaatsen waar ik heb mogen werken. Toch zijn er ook dingen die ik nooit goed onder de knie heb gekregen. Een daarvan is om goed afscheid te nemen. Nu zou je natuurlijk verwachten dat het voor iemand met een reizend beroep en ook nog dominee een fluitje van een cent is. Maar niets is minder waar. Als het afscheid nog aanstaande is zie ik er als een berg tegenop. Het moment zelf is een ramp. En als ik omzie heb ik altijd het gevoel dat ik niet het goede gedaan heb of het juiste gesproken heb. 

Daar komt bij dat als het een afscheid van een kerkelijke gemeenschap is, ik ook altijd bedenk wat er allemaal nog gedaan had moeten worden en hoeveel werk er is blijven liggen. Natuurlijk zijn daar duizend en één redenen voor, maar toch. Het enige voordeel van het emeritaat vind ik dan ook dat ik waarschijnlijk nooit meer afscheid van een gemeente hoef te nemen. 

Maar niet alleen het afscheid van een gemeente doet pijn. Ook in het gewone afscheid ben ik vrij slecht. Dat verwondert misschien omdat ik de laatste jaren graag en veel mag reizen. Maar luchthavens en treinperrons zijn en blijven zaken waar ik mij niet op mijn gemak voel. Het liefste wil ik het vertrek maar zo kort mogelijk houden. Het verwondert me van mezelf, maar het is niet anders. Ook al weet ik dat afscheid nemen onlosmakelijk met het menszijn is verbonden. Een mens kan niet leven zonder dat hij zich aan iets of iemand gaat hechten. Anders is het geen leven. Maar toch, al die keren dat er weer iets wordt doorgeknipt…

Ondanks het bovenstaande heb ik van heel veel lieve mensen afscheid moeten nemen in mijn leven. Met name ook omdat zij stierven. Het zijn al die mensen die mij ook zo emotioneerden bij het afscheid in die lege kerk op 13 mei. En niet minder ook bij het uitgestelde afscheid twee weken geleden. 

Blij en dankbaar ben ik voor een ieder die er wel was. Maar hoe goed begrijp ik een ieder die vanwege de angst voor besmetting afwezig was. Heel veel mensen hebben echter wel gereageerd per brief, met een kaartje, een pakje, per telefoon, per telegram, met een appje of een mailtje, een tas bij de deur, bloemen voor de deur, een cadeautje aan de deur, boeken in de brievenbus en bloemen mee uit de kerk op zondag 4 oktober. Het afscheid is niet alleen in kwalitatieve zin, maar ook in kwantitatieve zin groter en grootser geweest dan de eerste keer. 

U hebt heel erg groots afscheid van mij genomen. Zelf vind ik het bijzonder spijtig dat u dat zelf niet hebt kunnen zien. Dat u daar zelf geen getuige van bent geweest. Ten diepste dat we dat niet sámen hebben kunnen doen. Want hoe pijnlijk soms ook, afscheid nemen doe je samen. Velen die dit jaar met pensioen gaan weten wat het betekent dat iets niet, in verband met de coronapandemie, op een goede manier afgerond kan worden. 

Juist mensen die in het voorjaar afscheid hebben moeten nemen van een geliefde zonder haar of hem aan te mogen raken, in verband met de corona, weten hoe rampzalig dit is. Het is een niet te evenaren wond afscheid te moeten nemen voorgoed zonder aanraking, omhelzing, kus, knuffel of gewoon een menselijke handdruk. Of om iemand de zegen te mogen geven terwijl je helemaal ingepakt bent en iemand niet mag aanraken… Onmenselijk.

Daarom zal ik geen moment klagen over mijn afscheid. Maar slechts roemen over die mensen van ‘mijn’ gemeente die er tot tweemaal toe het maximum hebben uitgehaald. En allen die daaraan op de een of andere manier hebben meegewerkt. Allen dank die (wéér) acte de présence hebben gegeven, in welke vorm en op welke manier dan ook.

Dankuwel.

ds. Piet Vellekoop

                                                                                                                                 .