Roeping

Er is misschien wel geen woord wat meer verwarring heeft opgeroepen in de kerk dan het woord ‘roeping’. Het is ook levensgevaarlijk om daarover te schrijven. Voor je het weet word je er op afgerekend. Terwijl we aan de andere kant heel makkelijk zeggen, wanneer iemand zijn doel voor ogen heeft, wat het dan verder ook moge zijn: ‘Die heeft zijn roeping gevonden’.

Als ik in deze dagen van onze geschiedenis aan het woord roeping denk, komen mij allereerst de medewerkers in de zorg voor de geest. Maar niet minder andere hulpverleners en agenten, mensen in het onderwijs en allen die op de een of andere manier in een frontlinie hun werk moeten doen. Werk ten dienste van een ander en vaak niet op de gemakkelijkste manier. Zij zijn degenen die wáár maken waartoe wij allen geroepen zijn: de zorg voor de ander, de naaste. 

Aan geestelijken, bijvoorbeeld priesters, predikanten, monniken of nonnen, wordt soms gevraagd of zij een roeping hebben. In sommige kringen wordt het zondermeer verwacht. Persoonlijk ben ik altijd jaloers geweest op mensen die kunnen getuigen van een aangeraakt zijn door een hogere macht, zelfs door God zelf. Mensen die precies aan kunnen wijzen wanneer en waar God hen riep om een bepaalde actie te ondernemen, een koerswijziging in hun leven aan te brengen, of de roeping te volgen God te gaan dienen als geestelijke. Er zijn zelfs kringen waar het een absolute voorwaarde is om toegelaten te worden tot de opleiding voor geestelijke.

Ook mij wordt af en toe nog steeds gevraagd of ik predikant ben uit roeping. Dat heb ik in het verleden soms een moeilijke vraag gevonden. Vroeger heb ik daar wat omheen gedraaid en ook wel ontwijkende antwoorden gegeven. Maar toen mij de vraag een aantal malen was gesteld in mijn leven, besefte ik dat deze helemaal niet tot mij was gericht. Onder die vraag bevond zich heel vaak een vraag van de vragensteller zelf. Zij waren niet zozeer belangstellend naar mijn leven, maar naar hun eigen leven. 

Dat klinkt misschien vreemd, maar het zit zo: Er zijn niet zo heel veel mensen die ervaring hebben met een God die roept. Maar als je een geestelijke ontmoet, dan zal die daar toch wel ervaring mee hebben; zo menen velen. En wanneer die er dan ervaring mee heeft, laat hij dan alsjeblieft vertellen hoe het zit en hoe dat werkt. ‘Want dominee, ik zal maar eerlijk zijn, ik heb God nog nóóit horen roepen!’

Roeping, hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk? Welnu, dat kan heel verschillend zijn. Sommigen lezen een boek, hebben een ontmoeting, krijgen een droom of een gezicht, een gebeurtenis. Het wordt altijd door iets of iemand doorgegeven. Er is een stem, een brandend verlangen naar een taak, een opdracht, een levensvervulling die alles omsluit. En het geeft vaak een geweldig geluksgevoel als je je roeping hebt gevonden. 

Zoals gezegd kan ik niet bogen op een verhaal dat ik toen en toen, bij die gebeurtenis werd geroepen. Dat neemt echter niet weg dat ik mij wel altijd geroepen heb geweten om te doen wat ik heb gedaan: er als predikant te zijn ten dienste van de ander. Precies als bijvoorbeeld al die zorg- en hulpverleners het afgelopen half jaar er tijdens de coronacrisis altijd waren en zijn. Overigens is het geloof ik ons aller opgave om in ons leven na te denken, over wat onze persoonlijke roeping is. Waartoe voelt u zich geroepen?

ds. Piet Vellekoop, (0346) 556659
www.ontmoetingskerkmaarssen.nl