Corona en aanraken

Wat ik momenteel in het pastorale werk ervaar is een zekere verwarring. Velen weten niet precies waaraan ze zich moeten houden. Met dezelfde snelheid waarmee we in een lockdown zijn geraakt, lijken we daar nu weer uit te gaan komen. Volgende week zullen er op 1 juli weer versoepelingen worden aangekondigd. 

Maar momenteel is het nog moeilijk om mensen te bezoeken. Tweemaal is mij een bezoek geweigerd de afgelopen week. Eenmaal heeft het me een halve dag telefoneren gekost om iemand op te mogen zoeken. Verpleeg- en verzorgingshuizen passen de regels nogal verschillend toe. Met reikhalzend verlangen kijk ik dan ook uit naar een versoepeling van de bezoekregels. Niet voor mezelf, maar vooral voor hen die soms in eenzaamheid hun leven moeten afronden. Een vreselijke situatie. 

In de samenleving zie ik protesten tegen de lockdownmaatregel. Allen die protesteren zou ik dolgraag eenmaal mee willen nemen naar een afdeling met coronapatiënten. Om met eigen ogen te zien hoe nuttig het is om dit virus onde de knie te krijgen. Wees ervan overtuigd: ook ik baal soms van het feit dat dingen niet meer mogelijk zijn die dat vroeger wel waren. Soms gaat het in het leven even anders dan gedacht. Het is nu eenmaal niet anders. Maar laten we toch vooral dankbaar zijn dat we nog gezond zijn en die paar regels ten dienste van vooral de ander, maar ook voor onszelf in acht nemen; zolang dat noodzakelijk is volgens de deskundigen.

Wat mij persoonlijk nogal verwart is dat je wel met zijn allen in een vliegtuig bil aan bil mag gaan zitten, maar dat dat in de bus op dit moment nog steeds verboden is. Maar ook dat het ene land heel andere regels lijkt te hanteren dan het andere land. En steeds vaker vraag ik mij af, zowel in binnen- als in buitenland: wordt een beslissing nu genomen vanwege de gezondheidsrisico’s of de economische belangen? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier het Nederlandse spreekwoord nogal eens opgaat: ‘Wiens brood men eet, diens taal men spreekt’. 

Mijn keuze is in ieder geval genomen op grond van het belang van de ànder. Als we de kortste samenvatting van het (geloofs)leven serieus willen blijven nemen, ‘God liefhebben en je naaste als jezelf’, dan kunnen we niet anders dan de regels uitermate serieus nemen. En ik begrijp het werkelijk volkomen als mensen mij vragen nog maar even te wachten op bezoek te komen. 

Mijn moeder sprak mij vroeger vermanend toe als ik niet alleen iets stouts maar ook iets uitermate gevaarlijks of doms had gedaan: ‘Je moet het gevaar niet opzoeken!’ Dit neemt echter niet weg dat ook ik vurig verlang dat deze hele toestand snel voorbij zal zijn. Opdat wij elkaar weer spoedig ‘van aangezicht tot aangezicht’ (Nieuwe Liedboek, lied 834) mogen zien en spreken. En dan vooral het liefste met en ferme handdruk. 

Hoe belangrijk de aanraking kan zijn werd me ook in een heel ander verband weer duidelijk toen ik Daniël 10 aan het voorbereiden was voor een verhaal elders: ‘En zie, een hand raakte mij aan… en deed mij opreizen’. Hetzelfde komen we ook tegen in het Evangelie als een vrouw de zoom van Jezus’ kleed begeert aan te raken: ‘Indien ik slechts zijn kleed mag aanraken…’

Oude vrouw in bed
Zij streelde met haar hand mijn kin
en keek mij peinzend aan
en zei: ‘Te kort’ toen ik weer ging
en hield mijn hand vast en mijn ring
en liet mij eindelijk gaan.

ds. Piet Vellekoop