Pastorale brief: leermeesters

Een ontmoeting nog voor de eeuwwisseling in een verpleeg- en verzorgingshuis in Bussum. Haar moeder overleed tijdens de Spaanse griep in 1919 en was toen 40 jaar oud. Zij was toen 7 jaar. Het overlijden van haar moeder heeft haar leven voorgoed getekend. De Spaanse griep trof veel mensen tussen de 20 en 40 jaar en maakte meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog. Nu de coronapandemie is uitgebroken word ik mij weer bewust van de verwevenheid van familiegeschiedenissen met de wereldgeschiedenis. Meer dan ooit realiseer ik me niet alleen wat er nu met al die miljoenen gebeurt, maar ook wat er met al die miljoenen ooit, eens allemaal gebeurd is tijdens al die rampen. En vooral… wat voor ontzettend diepe sporen dit trekt en zal gaan trekken. 

Hoe leef je als (gelovig) mens met de last van het verleden en de zorg om de onzekere toekomst toch positief in het heden? Wat betekent het als je in je Bijbeltje leest dat ‘Jezus Christus gisteren en hedendezelfde is en ook morgen’ (Hebreeën 13, 8)? Is Hij werkelijk de leermeester die mensen en mij gaande houdt? Wie houdt u gaande en wat houdt jou staande?

Des te ouder ik word, des te minder ‘grote namen’ ik daarbij noem. Voor mij zijn de mensen, inclusief de bewoners die lijden aan dementie, in Maria Dommer, Merenhoef en Snavelenburg, ook een soort leermeesters. Koorddansers op het uiterst wankele touw tussen gisteren en morgen.

Indrukwekkend hoe een lieve mevrouw van in de 90 vlak voor de lockdown vertelt, met haar vuisten gebald, hoe ze worstelt met de onmacht. Ze wil zo graag goed doen. Het is haar sleutelwoord. Niet meer te kunnen doorzetten, niet meer te kunnen zijn wie ze altijd was. En dan praat ze zichzelf naar het punt toe dat ze een goed leven heeft gehad, een goed huwelijk, een lieve man en dat haar ouders goed waren. 

Haar ouders zorgden ervoor dat de kinderen iedere dag wel ergens een hap eten kregen. En als je een hap eten krijgt is het goed. Hier is het ook goed. Met het woordje goed mijmert ze òver en ín haar eigen wereld. Ze zegt op een gegeven moment dat alles goed komt. ‘Daar gaat het om: allen die het goed bedoeld hebben, allen die het goed gedaan hebben. Maar ook allen die het goed bedoeld hebben en het niet vol hebben gehouden. Alleen zij die blijven zeggen: ik moet jou niet, zijn niet goed’. 

Onmiddellijk realiseer ik mij de schoonheid en de eenvoud van dit alles. Het komt er op aan slechts goed te doen, lief te leven (dat is niet klef), te zorgen dat de wereld dagelijks een hap eten krijgt en te blijven vertrouwen op Jezus Christus die gisteren goed gemaakt heeft, morgen voltooit en heden dichtbij is.

Als we dan bidden vult ze me vrijelijk aan en bidt ze tot besluit voor mij. Wie mijn leermeesters zijn?

ds. Piet Vellekoop