april 2020 (slot)

Het blijft bijzonder om waar te nemen hoe allerlei organisaties wedijveren om goed te doen en om de beste te zijn; zo lijkt het wel. Ook de kerkelijke gemeenschappen laten zich op alle niveaus, landelijk, regionaal en plaatselijk, gelukkig niet onbetuigd. Een ramp is bij uitstek een gebeurtenis waarbij de diaconale kant van de kerken naar voren kan komen. Met heel veel plezier zie ik dan ook hoe jong en oud in de weer zijn om het de ánder naar de zin te maken in deze onzinnige en bizarre tijd. Men steunt massaal bekenden en niet minder ook onbekenden.
Dat is tegelijk het tweede wat opvalt: ik heb met mensen in de straat gesproken die ik nog nooit had gesproken. Kinderen komen vragen of die oude meneer met dat grijze haar nog hulp nodig heeft. Nog niet. Maar ik kan u verzekeren dat ik met heel wat meer plezier naar mijn emeritaat en oude dag uitkijk in deze straat na deze ervaring. Het is ook een beetje het beeld dat ik overal hoor: naastenliefde. Naast opruim-, schoonmaak- en kluswoede, en naast veel meer wandelende en fietsende mensen, maak ik vooral liefdadigheid mee. Sterker: ik ben er zelf een onderdeel van geworden. Want ondanks het feit dat ik zelf vele mensen bel om afscheid te nemen, helaas het gaat niet anders, vraag ik ook altijd of men het kan redden. Welnu, ik ben diep onder de indruk van burenhulp en naastenliefde. We leven wat dat betreft in gouden tijden. De gepensioneerden gaan een geweldige toekomst tegemoet. Ik kan bijna niet wachten: ‘De glorie van de ouden is de grijsheid!’ (Spreuken 20: 29). Het ga u allen wél, zéér wél!
ds. Piet Vellekoop