van over het water

‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

Het zijn woorden van de dichter Jules Deelder, die op één van de mooiste vakantiekaarten staan die ik ooit heb ontvangen. De kaart toont een balkon, tienhoog op een flat in Leiden. Op het balkon: een ligstoel, de krant, een stapel boeken, koffie, een gebakje, een kleine radio, een vaas bloemen en nog wat ‘rommel’. Op de achterkant: ‘Een hartelijke vakantiegroet vanuit Playa del Casa!’ (thuisstrand)

Het is duidelijk: deze vakantieganger is thuis gebleven. Waarom zou een mens ook niet? Thuis heeft hij immers alles bij de hand. Het is dan ook voornamelijk mijn nieuwsgierigheid die mij af en toe de zonde van het vliegen doet begaan.

Maar als ik echt wil bijtanken ben ik thuis het beste af. Het beste bed en het beste bad, de beste douche en de beste ligbank. Daarbij: tegen mijn eigen fiets kan geen huurfiets ter wereld op! Wat ik ondanks al mijn reizen heb ingezien, met name ook mijn ingrijpende pelgrimsreizen naar Santiago en Rome, is dat afstand nemen van het dagelijks werk, echt niet alleen bereikt kan worden door de fysieke afstand. Ook al vergemakkelijkt het wel dat proces.

Nadeel van niet op vakantie gaan is, dat je een heel waardevol en essentieel onderdeel mist: het weer thuiskomen. Persoonlijk vind ik een groot voordeel van reizen dat het je kritisch maakt en je blik scherpt. Ook al kan ik een diep gevoel van dankbaarheid vaak niet onderdrukken wanneer ik weer thuis arriveer. Boven alles vertelt een thuiskomst hoe verrukkelijk thuis is en hoe goed ik het hier heb.

Ik zal niet zingen: ‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn’ (Psalm 126). Maar wel weet ik dat ik, als ik weer op mijn eigen bed lig en mijn ogen sluit, onmiddellijk weer op reis ben, want: ‘Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe!’

ds. Piet Vellekoop