oktober 2018

Met God op vakantie?

Of het een beroepsdeformatie, een toeristische eigenheid, een spirituele behoefte of een geloofsdaad is, laat ik maar in het midden. Maar ik wandel in de vakantie van tijd tot tijd een kerkgebouw binnen. De reden is me niet altijd duidelijk, maar ik heb ondertussen al heel wat vroomheid ‘in hout en steen’ gezien.
Van ‘hutten om in te schuilen’ (letterlijk vanwege het weer) tot bouwwerken die veel meer pretendeerden dan ‘zomaar een dak boven wat hoofden’.
Soms waren ze gesloten en bleken het onneembare vestingen. Dan kon ik nooit nalaten om te denken aan psalm 87: ‘Hij houdt er Open Hof!’ (…) Er waren er ook die uitnodigend en wervend en commercieel de deuren hadden geopend.
In één kerk las ik dit jaar, naast allerlei parochieberichten: ‘Neem God mee op vakantie!’ Er stond niet bij hoe je dat moest doen. Maar het heeft me niet losgelaten. Is dit nu de manier om God ter sprake te brengen?
Ik probeer de gemeente en de kerk nogal eens te bekijken met de ogen van een buitenstaander. Wat voor een idee van God wordt hier dan gegeven? Is Hij een reisverzekering, een reisgids, een verbandtrommel? Allemaal zaken die men, naar men zegt, mee moet nemen op vakantie. Maar of God zich zomaar laat meenemen, hanteren en gebruiken? Waarschijnlijk begrijp ik de bedoeling van zo’n advies wel ongeveer. Maar moeten we niet wat zuiniger en preciezer gebruik maken van het woord ‘God’? Een beter advies lijkt me dat van Prediker: ‘Want God is in de hemel en gij zijt op aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn’.
Piet Vellekoop