mei 2018

De vraag.

Bij steeds meer supermarkten krijg ik bij het afrekenen de vraag: ’Heeft u alles kunnen vinden?’ De eerste keer dat die vraag aan mij gesteld werd kwam ik gelijk in een identiteitscrisis. Wat was er mis met mijn boodschappen op de band? Heb ik er de leeftijd nu voor om van alles niet te kunnen vinden? Zie ik er uit als een zoekende ziel? Wordt er getwijfeld aan mijn boodschappenvaardigheid?
Beduusd stamelde ik als antwoord ‘Ja’ maar ik had eigenlijk willen vragen ‘Hoezo?’En wat zou er gebeuren als ik inderdaad zou zeggen dat ik het mini blikje tomatenpuree uit de aanbieding niet gevonden had. Zou er dan keihard door de winkel worden omgeroepen: ‘Bij kassa drie staat weer zo’n man die die goedkope tomatenpuree niet kon vinden, kan iemand die komen brengen?’ Ik hoor de mensen in de rij achter mij al zuchten. Waarschijnlijk zou mijn hoofd dan vanzelf al de kleur van tomatenpuree krijgen.
Er is natuurlijk iemand in het management van de supermarkt geweest die op een dag deze briljante vraag bedacht heeft. En sindsdien nemen steeds meer winkels het over.
Misschien kan ik het ook overnemen als ik bij de uitgang van de kerk op zondagmorgen handen sta te schudden. ‘Heeft u vanmorgen alles in de kerk kunnen vinden?’ Best een goede vraag, want wat zoek je in de kerk en vind je het daar ook? Aan de andere kant is de kerk een omgekeerde winkel. Hier zoek je geen boodschappen, die krijg je vanzelf en ook nog eens gratis aangereikt.
Jochem Stuiver