januari 2018

Alle kerstwenskaarten gaan door mijn handen. Een voor een. Ze liggen naast de bank. De avond erna herhaal ik het. Het valt me op dat er telkens verschillende dingen opvallen bij dezelfde kaarten. De overeenkomsten zijn duidelijk: allen wensen ze mij een schitterend Kerstfeest en een fantastisch 2018.

Toch verschillen al die kaarten ook aanmerkelijk. Maar wat is de boodschap achter die verschillen? Mede daarom schreef ik in het verleden een briefje. Omdat ik niet uit al die kaarten kon kiezen: welke zal ik aan wie sturen? Daarna schreef ik kaarten met korte verhaaltjes. En nu heb ik het een keer nagelaten. Bewust, omdat het werk me over de schoenen liep. Bezigheden waar ik overigens stuk voor stuk van heb genoten!

Maar misschien ook wel onbewust; bemerk ik nu. Een voorgevoel dat al die rozen van papier een persoonlijk antwoord verdienen. Daar kan een rondzendbrief niet tegenop. Tegelijk is dat fysiek onmogelijk.

En toch, post per postbode beschouw ik nog steeds als heel iets anders dan een gedrukt velletje of een mailtje aan of van iemand. Een kaart die beschreven is met een eigen verhaaltje of een persoonlijke brief is vaak toch ook iets waarin mensen zich laten kennen.

Vaak denk ik als mensen gestorven zijn of vertrokken naar een andere gemeente, en een ànder vertelt dan een verhaal over deze of gene: wat had ik die eens graag willen leren kennen. Zo vergaat het mij privé en zo vergaat het me ook in mijn werk maar al te vaak. Veel mensen zijn buitengewoon boeiend.

De kaarten gaan dan ook niet weg. Ze blijven naast mijn bank liggen. Ik ga er op een andere manier iets mee doen dit jaar. Want iedere brief en iedere serieus beschreven kaart beschouw ik toch als een roos van papier. Ik wens u en mezelf veel van die rozen toe. Want des temeer mensen zich laten kennen, des te mooier ze worden.

ds. Piet Vellekoop