december 2017

‘Het was een goede dienst. Jammer dat er zo weinig jongeren waren!’ Kerkverlating is zichtbaar in de hele Gooi- en Vechtstreek. Weinig jonge gezinnen in de kerkbanken is eerder regel dan uitzondering. Hoe kunnen we in deze tijd dan toch iets betekenen voor de jongere generaties?

Misschien is het wel hetzelfde als met de boerderijen als ik door het Groene Hart van Holland zwerf. De keuterboertjes uit mijn jeugd zijn verdwenen. Stallen met vijf of tien koeien vind je nergens meer. Ploegen en eggen met Zeeuwse knollen is romantiek geworden. Boeren krijgen amper nog groene vingers. Ze zijn managers geworden in hun met computers bestuurde tractoren. Maar de charme van het oude boerenleven is verloren gegaan. (Ook al mogen we niet vergeten hoe keihard dat bestaan is geweest.)

In de kerken is de ontwikkeling omgekeerd: die van de schaalverkleining. Kerken zijn leeg, gemeenschappen fuseren en jongeren voelen zich niet meer aangesproken. De kosten van monumentale panden zijn onbeheersbaar geworden en vragen vermogens van gemeentes. Geld dat voor iets heel anders is bedoeld.

Tegelijkertijd zie ik pioniersplekken verschijnen en kliederkerken voor gezinnen. Op mijn vrije zondag maakte ik het mee dat het in de Laurenskerk in Rotterdam tijdens een cantatedienst barstte van de jongeren. Bij het concert van Credo werd ademloos geluisterd. Pioniersplek De Spil in het Koetshuis bij de voormalige priorij is altijd volgeboekt. Met andere woorden: overal komen nieuwe vormen van kerkzijn op.

De meest vruchtbare houding is misschien wel accepteren dat kerkbanken in de traditionele zin leeg zullen blijven. Deze acceptatie geeft ruimte om nieuwe vormen van kerkzijn te ondersteunen. Deze vormen zijn dan geen concurrentie maar juist onderdeel van het voortbestaan van de kerken in de Gooi- en Vechtstreek. Het is uitermate boeiend en inspirerend om te zien dat de kerk op een geheel andere vorm weer wortel lijkt te schieten.

Niets nieuws, want de kerk is al vanaf het begin voortdurend in beweging. De huidige vorm is ook maar een paar eeuwen oud. Wij kunnen veel meer voor de komende generaties betekenen dan we vermoeden. De vraag is of wij dat werkelijk willen. Aan God zal het niet liggen; geloof ik.

 

  1. Piet Vellekoop