Een betrokken mensenmens

Op 8 oktober aanstaande neemt Robert Pastoor afscheid als ouderling van sectie 1 van onze wijkgemeente. Hij heeft die taak dan 5 jaar uitgevoerd: je tekent namelijk voor een periode van 4 jaar en Robert heeft nog 1 jaar bijgetekend.

Misschien overweeg je om de taak van ouderling op je te nemen, maar wil je eerst wat meer achtergrond en inzicht. Wat maakt een ouderling mee, wat is zijn of haar taak, wat zijn leuke en minder leuke ervaringen, hoe is de sectie eigenlijk georganiseerd? Als eerste in deze serie een interview met Robert Pastoor, een betrokken mensenmens.

Sectie 1 bestaat uit zo’n 125 ‘pastorale eenheden’ (adressen), dat neerkomt op ongeveer 250 gemeenteleden. De gegevens van deze mensen krijgt Robert van onze ledenadministrateur Kees van Rooden, die ook doorgeeft als er mutaties zijn. Dit gebeurt dan 6 à 7 keer per jaar bij verhuizing, uitschrijving, overlijden of kinderen die uitvliegen. Ook mensen die nieuw zijn binnen onze wijkgemeente krijgt Robert door.

Robert krijgt steun van 5 sectiemedewerkers die elk een (geografisch) deel van de sectie voor hun rekening nemen. “De verdeling is zo gegroeid vanuit het verleden, maar deels ook opnieuw afgesproken onderling. Daar is ruimte voor. Als een sectiemedewerker opzegt, dan zorg ik meestal zelf voor opvolging. Het meest ideale voor deze sectie zijn 6 medewerkers. Ik heb de verdeling in een duidelijk overzicht gezet zodat iedereen precies weet welke gemeenteleden bij zijn of haar deel horen. De leden van het sectieteam komen zo’n 2 keer per jaar bij elkaar (maart + september) om de zaken die binnen de sectie spelen door te spreken. Verder maakt er nog een diaken, Sandra Overzet, deel uit van het sectieteam. De dominee verbonden aan sectie 1 is Jochem Stuiver, waarmee ik regelmatig contact heb, zeker bij ziekte en overlijden”.

Contacten met gemeenteleden door het team

Eigenlijk vinden bezoekjes plaats wanneer er aanleiding voor is, bij rouwen en trouwen bijvoorbeeld. Maar ook is het de inzet om bij verjaardagen van gemeenteleden boven de 80 jaar een bloemetje namens de kerk te brengen. Verder is er de jaarlijkse Actie Kerkbalans en zijn er diverse gegroeide contacten waarbij de ouderling of sectiemedewerker een kopje koffie gaat drinken bij een gemeentelid. “Het belangrijkste is eigenlijk dat je er (namens de kerk) bent”, zegt Robert. “Vaak is een luisterend oor al fijn. Als het pastoraal (te) lastig wordt, bel ik Jochem en gaat hij langs”.

Tweemaal per jaar wordt er in sectie 1 een wijkavond gehouden. Deze worden over het algemeen goed bezocht, ongeveer 30 personen per keer. Deze avonden zijn een prima gelegenheid om elkaar te ontmoeten en velen vinden ook het directe contact met de dominee erg prettig. Robert regelt een locatie, schrijft de uitnodiging en fietst langs de sectiemedewerkers met een stapeltje om langs te brengen in de wijk. Hij krijgt altijd energie van een wijkavond: “Mensen kijken ernaar uit, de ene keer zorg ik voor een onderwerp en bereid dat voor, de andere keer draagt Jochem een onderwerp aan. Wijkavonden zijn eigenlijk heel veel bezoekjes in één keer”.

Verder bestaan de werkzaamheden als ouderling uit het functioneren als ouderling tijdens reguliere kerkdiensten en (als dat lukt in de agenda) bij trouw- en rouwdiensten. Nazorg bij overlijden door het aandacht geven (langsgaan) bij nabestaanden en verder het bijwonen van de vergaderingen van de kerkenraad.

Leukst/minder leuk?

De leukste aspecten zijn voor Robert dat je meer betrokken raakt bij de gemeente, dat je meer mensen leert kennen en dat je kunt meepraten over allerlei lopende zaken in de kerk (hij is ook lid van de werkgroep Financiële kaders). “Ik heb mede aan de wieg mogen staan van ‘Over de Streep’, een initiatief om gemeenteleden kort na het voltooien van het SOW-proces met elkaar kennis te laten maken. Ik heb veel geleerd door bijvoorbeeld een paar keer een trouwbijbel te overhandigen en daarbij een praatje te houden. Kortom, meedoen, meewerken en je zo onderdeel weten van de wijkgemeente”.  Robert zegt over de minder leuke aspecten: “Misschien het gevoel dat er altijd nog meer te doen is, dat je nog meer moet doen. Maar voor mij overheersen gelukkig de positieve herinneringen”.

De naam Ouderling

In de oren van sommigen klinkt de term ouderling misschien een beetje oubollig. Robert zegt daarover: “Het is gelukkig allemaal niet zo zwaar als 30 jaar geleden; als het pastoraal lastig wordt dan heb je een dominee waar je op terug kunt vallen. Misschien klinkt de naam als een zware pastorale taak, maar het is maar net wat je zelf voor lading aan de term ouderling geeft. Bij veel mensen gaat het helemaal niet om de pastorale ondersteuning: het gaat erom dat je er bent, als mens. De naam is eigenlijk helemaal niet zo spannend”.

Wat zou beter kunnen?

Nu Robert zo’n 5 jaar ouderling is geweest, vroegen we hem of er iets is dat hij gemist heeft, of wat er eventueel beter kan. “Ik heb het naar beste eer en geweten gedaan zoals ik dacht dat het goed was. Misschien is het een idee om wat vaker met andere ouderlingen af te stemmen: praten over ervaringen en wat wel, of wat juist niet werkt. Ik heb gelukkig een jaar met de vorige ouderlingen van sectie 1 (Richard & Wilma Monincx) mee kunnen lopen – ik zal straks zelf ook streven naar een zo goed mogelijke overdracht – maar er zijn niet echt richtlijnen of instructies vanuit de kerkenraad of predikanten. Aan de andere kant vind ik die vrijheid van handelen eigenlijk ook best prettig”.

Nieuwe ambtsdragers

Er zijn meerdere vacatures binnen onze wijkgemeente, waaronder ‘ouderling’. We vroegen Robert wat hij tegen iemand zou zeggen die overweegt deze functie op zich te nemen. “Maak het niet te zwaar voor jezelf; alles wat je doet, is eigenlijk goed. Er is altijd een predikant achter de hand, natuurlijk kost het wat tijd maar het brengt je ook veel: je komt dichter bij de gemeente te staan. Ik heb ervaren dat als je betrokken bent, het ook voor jezelf ook leuker wordt. Je wordt herkend en erkend en het is interessant hoe zo’n kerkgemeenschap werkt. Ik heb fantastische herinneringen aan ‘Over de Streep’ en aan de wijkavonden. Dus… gewoon doen!”